BWBR0009483
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 15
Examenreglement voor beroepsvliegbewijzen
a. Kandidaten worden na indiening van een aanvraag voor het afleggen van een praktisch examen slechts tot dat examen toegelaten, indien zij het theoretische examen voor het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige met gunstig gevolg hebben afgelegd.
b. Tenzij de voorzitter anders bepaalt, draagt de secretaris er namens de voorzitter zorg voor dat de kandidaten voor een praktisch examen tijdig voor het afleggen daarvan worden opgeroepen en de examinatoren in overleg met de kandidaat, diens werkgever of opleidingsinstelling, de plaats, datum en tijdstip van het examen vaststellen.
c. In het geval dat een kandidaat een praktisch examen in de lucht dan wel in een vluchtnabootser moet afleggen, draagt hij dan wel zijn werkgever of vliegopleiding zorg voor de beschikbaarheid van een vliegtuig dan wel vluchtnabootser van het vereiste type. Ter beoordeling van de examinatoren dient de kandidaat te worden vergezeld van een voor dat type bevoegde en ervaren boordwerktuigkundige die tijdens het examen als verantwoordelijk boordwerktuigkundige kan optreden en waarmee voor de aanvang van het examen het examenprogramma wordt besproken.
d. Het praktisch examen omvat drie groepen van proeven als omschreven in het desbetreffende examenrapportformulier. De volgorde van de groepen bepaalt de volgorde van het examen. Het praktisch examen moet binnen een termijn van 3 maanden zijn behaald.
e. Indien om redenen onafhankelijk van de wil van de kandidaat een of meer examenonderdelen niet kunnen worden afgenomen kan het examen op een later tijdstip worden voortgezet.
f. Onmiddellijk na het praktisch examen wordt door de examinator(en) het cijfer voor iedere groep van het examen en de uitslag vastgesteld en aan de kandidaat medegedeeld, waarna het examenrapport onverwijld aan de secretaris wordt toegezonden. De uitslag van het examen wordt door de voorzitter en de secretaris schriftelijk aan de kandidaat bevestigd. De secretaris draagt er zorg voor dat een afschrift van het examenrapport onverwijld wordt toegezonden aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
g. Inzake de duur en andere omstandigheden van het praktisch examen zijn in de bijlage bij dit reglement nadere regelen gesteld.
b. Tenzij de voorzitter anders bepaalt, draagt de secretaris er namens de voorzitter zorg voor dat de kandidaten voor een praktisch examen tijdig voor het afleggen daarvan worden opgeroepen en de examinatoren in overleg met de kandidaat, diens werkgever of opleidingsinstelling, de plaats, datum en tijdstip van het examen vaststellen.
c. In het geval dat een kandidaat een praktisch examen in de lucht dan wel in een vluchtnabootser moet afleggen, draagt hij dan wel zijn werkgever of vliegopleiding zorg voor de beschikbaarheid van een vliegtuig dan wel vluchtnabootser van het vereiste type. Ter beoordeling van de examinatoren dient de kandidaat te worden vergezeld van een voor dat type bevoegde en ervaren boordwerktuigkundige die tijdens het examen als verantwoordelijk boordwerktuigkundige kan optreden en waarmee voor de aanvang van het examen het examenprogramma wordt besproken.
d. Het praktisch examen omvat drie groepen van proeven als omschreven in het desbetreffende examenrapportformulier. De volgorde van de groepen bepaalt de volgorde van het examen. Het praktisch examen moet binnen een termijn van 3 maanden zijn behaald.
e. Indien om redenen onafhankelijk van de wil van de kandidaat een of meer examenonderdelen niet kunnen worden afgenomen kan het examen op een later tijdstip worden voortgezet.
f. Onmiddellijk na het praktisch examen wordt door de examinator(en) het cijfer voor iedere groep van het examen en de uitslag vastgesteld en aan de kandidaat medegedeeld, waarna het examenrapport onverwijld aan de secretaris wordt toegezonden. De uitslag van het examen wordt door de voorzitter en de secretaris schriftelijk aan de kandidaat bevestigd. De secretaris draagt er zorg voor dat een afschrift van het examenrapport onverwijld wordt toegezonden aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
g. Inzake de duur en andere omstandigheden van het praktisch examen zijn in de bijlage bij dit reglement nadere regelen gesteld.