BWBR0009451
Geldig vanaf 1998-03-11
Artikel 4
Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren
1. Als kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende, rechtstreeks aan de koop, de installatie en de ingebruikneming van de voorziening toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1º. kosten van koop van de voorzieningen;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3º. andere dan de onder 1° en 2° bedoelde, aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen binnen een groep;
1º. kosten van koop van de voorzieningen;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3º. andere dan de onder 1° en 2° bedoelde, aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen binnen een groep;
b. de kosten van een energie-advies, mits voldaan is aan de volgende vereisten: 1º. de koop van de energievoorziening vindt plaats binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt,
2º. de energievoorziening is aanbevolen in het advies,
3º. de kosten van het advies worden niet tevens toegerekend aan andere energievoorzieningen;
4º. het advies wordt uitgebracht door een van de subsidie-ontvanger onafhankelijke, externe derde.
1º. de koop van de energievoorziening vindt plaats binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt,
2º. de energievoorziening is aanbevolen in het advies,
3º. de kosten van het advies worden niet tevens toegerekend aan andere energievoorzieningen;
4º. het advies wordt uitgebracht door een van de subsidie-ontvanger onafhankelijke, externe derde.
2. Bij een gecombineerd energie-milieuadvies wordt 50 procent van de totale advieskosten toegerekend aan het energie-advies.
3. Bij de berekening van de energiebesparing blijven bij het bedrag van de koop van de energievoorziening de kosten van het energie-advies buiten beschouwing.
4. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
a. de volgende, rechtstreeks aan de koop, de installatie en de ingebruikneming van de voorziening toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1º. kosten van koop van de voorzieningen;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3º. andere dan de onder 1° en 2° bedoelde, aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen binnen een groep;
1º. kosten van koop van de voorzieningen;
2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3º. andere dan de onder 1° en 2° bedoelde, aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen binnen een groep;
b. de kosten van een energie-advies, mits voldaan is aan de volgende vereisten: 1º. de koop van de energievoorziening vindt plaats binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt,
2º. de energievoorziening is aanbevolen in het advies,
3º. de kosten van het advies worden niet tevens toegerekend aan andere energievoorzieningen;
4º. het advies wordt uitgebracht door een van de subsidie-ontvanger onafhankelijke, externe derde.
1º. de koop van de energievoorziening vindt plaats binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt,
2º. de energievoorziening is aanbevolen in het advies,
3º. de kosten van het advies worden niet tevens toegerekend aan andere energievoorzieningen;
4º. het advies wordt uitgebracht door een van de subsidie-ontvanger onafhankelijke, externe derde.
2. Bij een gecombineerd energie-milieuadvies wordt 50 procent van de totale advieskosten toegerekend aan het energie-advies.
3. Bij de berekening van de energiebesparing blijven bij het bedrag van de koop van de energievoorziening de kosten van het energie-advies buiten beschouwing.
4. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.