1. De subsidie bedraagt 18,5 procent van de in artikel 4, eerste lid, onder a, bedoelde kosten en 50 procent van de in artikel 4, eerste lid, onder b, bedoelde kosten.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie in geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 2, derde lid, 20 procent van de in artikel 4, eerste lid, onder a, bedoelde kosten.
3. Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt deze subsidie in mindering gebracht op de in artikel 4, eerste lid, bedoelde kosten.
4. Indien de kosten per samenhangend geheel van voorzieningen meer dan € 4 840 000 bedragen wordt over het meerdere geen subsidie verstrekt.
5. Aan een aanvrager wordt op grond van deze regeling per kalenderjaar niet meer dan € 895 400 subsidie verleend.
6. De extra investeringskosten gemaakt en betaald door een waterleidingbedrijf als bedoeld in
artikel 1 van de Waterleidingwetworden slechts in aanmerking genomen voor zover zij noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van milieudoeleinden.