BWBR0009451
Geldig vanaf 1998-03-11
Artikel 2
Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan degene die een voorziening koopt die als bedrijfsmiddel is opgenomen in de Energielijst 2002, indien diegene aan de hiernavolgende omschrijving voldoet:
een kerkgenootschap, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde een vereniging van eigenaren als bedoeld in artikel 5:112, eerste lid, onder e, van het Burgerlijk Wetboek, of een stichting, daaronder niet begrepen een vereniging of een stichting die ingevolge artikel 70, eerste lid, van de Woningwet is aangewezen als uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam;
een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, niet zijnde de staat;
een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarvan de aandelen worden gehouden door een gemeente en die ten doel heeft het zonder winstoogmerk beheren van een zweminrichting;
een waterleidingbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Waterleidingwet.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder een bedrijfsgebouw als bedoeld in de Energielijst 2002 mede begrepen een woning of een woongebouw.
3. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een natuurlijke persoon die een windturbine met rotorbladen koopt, bestemd voor het opwekken van elektrische energie, gecertificeerd volgens voorontwerp van norm NEN 6096/2 en haar opvolgers, dan wel een daaraan gelijkwaardige norm, met inbegrip van de mast en de netaansluiting.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien de aanvrager voor de indiening van de aanvraag ter zake van de koop van de voorzieningen waarop de aanvraag betrekking heeft verplichtingen heeft aangegaan anders dan terzake van het energie-advies dat hem tot de koop van de voorzieningen heeft doen besluiten;
b. indien de voorziening voorafgaand aan de koop reeds is gebruikt;
c. indien de aanvrager ter zake van de koop met succes een beroep heeft gedaan op artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 dan wel door de minister een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet.
een kerkgenootschap, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde een vereniging van eigenaren als bedoeld in artikel 5:112, eerste lid, onder e, van het Burgerlijk Wetboek, of een stichting, daaronder niet begrepen een vereniging of een stichting die ingevolge artikel 70, eerste lid, van de Woningwet is aangewezen als uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam;
een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, niet zijnde de staat;
een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarvan de aandelen worden gehouden door een gemeente en die ten doel heeft het zonder winstoogmerk beheren van een zweminrichting;
een waterleidingbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Waterleidingwet.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder een bedrijfsgebouw als bedoeld in de Energielijst 2002 mede begrepen een woning of een woongebouw.
3. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een natuurlijke persoon die een windturbine met rotorbladen koopt, bestemd voor het opwekken van elektrische energie, gecertificeerd volgens voorontwerp van norm NEN 6096/2 en haar opvolgers, dan wel een daaraan gelijkwaardige norm, met inbegrip van de mast en de netaansluiting.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien de aanvrager voor de indiening van de aanvraag ter zake van de koop van de voorzieningen waarop de aanvraag betrekking heeft verplichtingen heeft aangegaan anders dan terzake van het energie-advies dat hem tot de koop van de voorzieningen heeft doen besluiten;
b. indien de voorziening voorafgaand aan de koop reeds is gebruikt;
c. indien de aanvrager ter zake van de koop met succes een beroep heeft gedaan op artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 dan wel door de minister een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet.