BWBR0009386
Geldig vanaf 2004-12-15
Artikel 2.5:1
Arbeidstijdenbesluit vervoer
1. In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:5, tweede en derde lid, van de wetwordt dit artikel toegepast.
2. De bestuurder die vervoer anders dan taxivervoer verricht, en de bijrijder handelen in overeenstemming met:
a. voor zover van toepassing, de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 561/2006;
b. voor zover van toepassing, in overeenstemming met artikel 8 van het AETR-verdrag; of
c. voor zover van toepassing, artikel 6 van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst.
3. De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 8, lid 8 bis, van verordening (EG) nr. 561/2006.
4. De werknemer die taxivervoer verricht, heeft:
a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren; en
b. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren.
5. Van het vierde lid kan, met inachtneming van het zesde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het vierde lid is nietig.
6. De werkgever organiseert de werkzaamheden zodanig, dat de werknemer die taxivervoer verricht:
a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren heeft, welke rusttijd tweemaal in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren; en
b. in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren een rusttijd van 72 uren heeft, welke mag worden gesplitst in perioden van ten minste 24 uren.
7. De in het vierde en zesde lid bedoelde periode begint op het eerste tijdstip van de dag waarop de arbeid van de werknemer aanvangt.
2. De bestuurder die vervoer anders dan taxivervoer verricht, en de bijrijder handelen in overeenstemming met:
a. voor zover van toepassing, de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 561/2006;
b. voor zover van toepassing, in overeenstemming met artikel 8 van het AETR-verdrag; of
c. voor zover van toepassing, artikel 6 van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst.
3. De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 8, lid 8 bis, van verordening (EG) nr. 561/2006.
4. De werknemer die taxivervoer verricht, heeft:
a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren; en
b. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren.
5. Van het vierde lid kan, met inachtneming van het zesde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het vierde lid is nietig.
6. De werkgever organiseert de werkzaamheden zodanig, dat de werknemer die taxivervoer verricht:
a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren heeft, welke rusttijd tweemaal in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren; en
b. in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren een rusttijd van 72 uren heeft, welke mag worden gesplitst in perioden van ten minste 24 uren.
7. De in het vierde en zesde lid bedoelde periode begint op het eerste tijdstip van de dag waarop de arbeid van de werknemer aanvangt.