BWBR0009345
Geldig vanaf 2005-11-19
Artikel 7.5.3.3
Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit
1. De hoogte van een toegepaste niet-vormgegeven bouwstof wordt bepaald voor elk deel van een werk waarin het materiaal op een eenvormige wijze wordt toegepast.
2. Van elk deel wordt de gemiddelde hoogte bepaald, zoals aangebracht in het werk. De dunste lagen in de constructie worden gesteld op 0,20 m.
3. De hoogte wordt berekend over aaneensluitende hoeveelheden materiaal over een oppervlak van niet meer dan 2.000 m 2.
4. Indien verschillende lagen van eenzelfde soort materiaal boven elkaar worden aangebracht, al of niet gescheiden door lagen van een ander materiaal, is h gelijk aan de som van de aangebrachte hoogtes van eerstbedoeld materiaal.
5. Indien voor de verschillende lagen als bedoeld in het vierde lid verschillende waarden voor E L/S=10zijn vastgesteld, geldt de hoogste van deze waarden voor de berekening van de immissie.
6. De hoogte wordt bepaald loodrecht op het aardoppervlak.
7. De kleinste in de berekening in te voeren hoogte is 0,20 m.
8. De hoogte wordt uitgedrukt in m, afgerond op twee decimalen na de komma.
2. Van elk deel wordt de gemiddelde hoogte bepaald, zoals aangebracht in het werk. De dunste lagen in de constructie worden gesteld op 0,20 m.
3. De hoogte wordt berekend over aaneensluitende hoeveelheden materiaal over een oppervlak van niet meer dan 2.000 m 2.
4. Indien verschillende lagen van eenzelfde soort materiaal boven elkaar worden aangebracht, al of niet gescheiden door lagen van een ander materiaal, is h gelijk aan de som van de aangebrachte hoogtes van eerstbedoeld materiaal.
5. Indien voor de verschillende lagen als bedoeld in het vierde lid verschillende waarden voor E L/S=10zijn vastgesteld, geldt de hoogste van deze waarden voor de berekening van de immissie.
6. De hoogte wordt bepaald loodrecht op het aardoppervlak.
7. De kleinste in de berekening in te voeren hoogte is 0,20 m.
8. De hoogte wordt uitgedrukt in m, afgerond op twee decimalen na de komma.