BWBR0009345
Geldig vanaf 2005-11-19
Artikel 3.1.3
Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit
1. De bepaling door middel van een zeefproef vindt als volgt plaats:
a. de monsterneming vindt plaats overeenkomstig ontwerp-NEN 7300;
b. voor de monsternemingsstrategie geldt het bepaalde in bijlage C.
2. Een bouwstof wordt op grond van de resultaten van een bepaling van de korrelverdeling door middel van een zeefproef aangemerkt als bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm, indien het korrelverdelingsdiagram van een monster van die bouwstof, vastgesteld door zeving volgens NEN 5181, voldoet aan onderstaande waarden:
[tabel]
waarin:
a. en C de in de betreffende NEN gehanteerde symbolen zijn voor de aard van de zeven met vierkante maasopeningen, en
b. na de symbolen de lengte van de zijden van de openingen aangegeven is.
a. de monsterneming vindt plaats overeenkomstig ontwerp-NEN 7300;
b. voor de monsternemingsstrategie geldt het bepaalde in bijlage C.
2. Een bouwstof wordt op grond van de resultaten van een bepaling van de korrelverdeling door middel van een zeefproef aangemerkt als bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm, indien het korrelverdelingsdiagram van een monster van die bouwstof, vastgesteld door zeving volgens NEN 5181, voldoet aan onderstaande waarden:
[tabel]
waarin:
a. en C de in de betreffende NEN gehanteerde symbolen zijn voor de aard van de zeven met vierkante maasopeningen, en
b. na de symbolen de lengte van de zijden van de openingen aangegeven is.