BWBR0009339
Geldig vanaf 1998-02-06
Artikel 6
Regeling stroefheid start- en landingsbanen
1. De normering, genoemd in dit artikel, geldt voor ten minste elke 100 meter baanlengte, waarbij de gegevens van de ASTM E 1551-band maatgevend zijn.
2. De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet ten minste aan het minimum niveau in bijlage A, vierde kolom, waarbij wordt aanbevolen om onderhoudsmaatregelen ter verbetering uit te voeren zodra de mu-waarde daalt onder het onderhoudsniveau in bijlage A, derde kolom.
3. De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet bij nieuwe aanleg, bij reconstructie of bij renovatie van het verhardingsoppervlak aan het nieuw aanleg niveau in bijlage A, tweede kolom.
4. Voldoet de mu-waarde niet aan het minimum niveau in bijlage A, vierde kolom, dan laat de exploitant van het burgerluchtvaartterrein een NOTAM uitgeven en neemt hij onderhoudsmaatregelen ter verbetering.
5. In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kan bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3, vierde liden artikel 4, tweede lideen afwijkende normering worden vastgesteld.
2. De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet ten minste aan het minimum niveau in bijlage A, vierde kolom, waarbij wordt aanbevolen om onderhoudsmaatregelen ter verbetering uit te voeren zodra de mu-waarde daalt onder het onderhoudsniveau in bijlage A, derde kolom.
3. De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet bij nieuwe aanleg, bij reconstructie of bij renovatie van het verhardingsoppervlak aan het nieuw aanleg niveau in bijlage A, tweede kolom.
4. Voldoet de mu-waarde niet aan het minimum niveau in bijlage A, vierde kolom, dan laat de exploitant van het burgerluchtvaartterrein een NOTAM uitgeven en neemt hij onderhoudsmaatregelen ter verbetering.
5. In afwijking van de leden 1 tot en met 3 kan bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3, vierde liden artikel 4, tweede lideen afwijkende normering worden vastgesteld.