BWBR0009339
Geldig vanaf 1998-02-06
Artikel 5
Regeling stroefheid start- en landingsbanen
1. Per baanlengtemeting wordt vastgelegd:
a. gemiddelde mu-waarde;
b. standaardafwijking;
c. plaats;
d. materiaal baanoppervlak;
e. baannummer;
f. datum;
g. tijd;
h. weersgesteldheid.
2. De volgende bandgegevens worden vastgelegd:
a. type;
b. afmetingen;
c. belasting;
d. bandenspanning;
e. loopvlak.
3. De grootte van de langsslip ligt tussen de 10% en 20%.
4. Per meetincrement van ten hoogste 1 meter wordt de mu-waarde vastgelegd.
5. De presentatie van de mu-waarde wordt cijfermatig weergegeven en mag daarbij ook grafisch worden weergegeven.
6. Over ten minste elke 100 meter baanlengte wordt de gemiddelde mu-waarde en de standaardafwijking vastgelegd.
7. Het meetvoertuig is deugdelijk gecalibreerd.
a. gemiddelde mu-waarde;
b. standaardafwijking;
c. plaats;
d. materiaal baanoppervlak;
e. baannummer;
f. datum;
g. tijd;
h. weersgesteldheid.
2. De volgende bandgegevens worden vastgelegd:
a. type;
b. afmetingen;
c. belasting;
d. bandenspanning;
e. loopvlak.
3. De grootte van de langsslip ligt tussen de 10% en 20%.
4. Per meetincrement van ten hoogste 1 meter wordt de mu-waarde vastgelegd.
5. De presentatie van de mu-waarde wordt cijfermatig weergegeven en mag daarbij ook grafisch worden weergegeven.
6. Over ten minste elke 100 meter baanlengte wordt de gemiddelde mu-waarde en de standaardafwijking vastgelegd.
7. Het meetvoertuig is deugdelijk gecalibreerd.