BWBR0009234
Geldig vanaf 2006-04-01
Artikel 4
Beschikking casinospelen 1996
1. In een speelcasino worden uitsluitend de volgende casinospelen aangeboden:
a. Franse roulette;
b. Amerikaanse roulette;
c. Black jack;
d. Baccara/chemin de fer;
e. Punto banco;
f. Sic bo;
g. Money Wheel;
h. Red dog;
i. Keno/Bingo;
j. Poker;
k. Casino War;
l. Diceball;
m. Casino Barbut.
2. De vergunninghouder stelt een spelreglement op betreffende de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde casinospelen worden gespeeld.
3. In de speelcasino’s kunnen ook andere casinospelen dan de in artikel 4, eerste lid, bedoelde casinospelen worden georganiseerd teneinde de exploitatiemogelijkheden hiervan te beproeven. Van de voorgenomen proefopstelling wordt voor de plaatsing door de vergunninghouder mededeling gedaan aan de Kansspelautoriteit.
4. De proefperiode bedraagt ten hoogste een jaar. Uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de periode wordt door de vergunninghouder aan de Kansspelautoriteit verslag gedaan van de bevindingen inzake de proefopstelling.
5. De vergunninghouder beëindigt de proefopstelling op aanwijzing daartoe van de Kansspelautoriteit.
6. De proefperiode kan door de Kansspelautoriteit met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
a. Franse roulette;
b. Amerikaanse roulette;
c. Black jack;
d. Baccara/chemin de fer;
e. Punto banco;
f. Sic bo;
g. Money Wheel;
h. Red dog;
i. Keno/Bingo;
j. Poker;
k. Casino War;
l. Diceball;
m. Casino Barbut.
2. De vergunninghouder stelt een spelreglement op betreffende de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde casinospelen worden gespeeld.
3. In de speelcasino’s kunnen ook andere casinospelen dan de in artikel 4, eerste lid, bedoelde casinospelen worden georganiseerd teneinde de exploitatiemogelijkheden hiervan te beproeven. Van de voorgenomen proefopstelling wordt voor de plaatsing door de vergunninghouder mededeling gedaan aan de Kansspelautoriteit.
4. De proefperiode bedraagt ten hoogste een jaar. Uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de periode wordt door de vergunninghouder aan de Kansspelautoriteit verslag gedaan van de bevindingen inzake de proefopstelling.
5. De vergunninghouder beëindigt de proefopstelling op aanwijzing daartoe van de Kansspelautoriteit.
6. De proefperiode kan door de Kansspelautoriteit met ten hoogste zes maanden worden verlengd.