BWBR0009234
Geldig vanaf 2006-04-01
Artikel 13
Beschikking casinospelen 1996
1. Van het persoonlijk dan wel via tussenpersonen deelnemen aan de door de vergunninghouder georganiseerde spelen zijn uitgesloten:
a. personen in dienst van de vergunninghouder;
b. personen in dienst van derden die zijn tewerkgesteld in het speelcasino;
c. adviseurs van de vergunninghouder;
d. de door de minister overeenkomstig artikel 7, eerste lid, aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling, alsmede de personen in dienst van de keuringsinstelling die zijn belast met goedkeuring en controle als bedoeld in artikel 7, tweede lid;
e. vervallen;
f. de voorzitter en de leden van de raad van commissarissen, alsmede van het bestuur van de vergunninghouder.
2. Het is de in het eerste lid bedoelde personen en de vergunninghouder niet toegestaan geldleningen te verstrekken aan spelers of van deze geldleningen te ontvangen. Onder dit verbod valt niet het achteraf in rekening brengen van groepsarrangementen.
3. De vergunninghouder ziet toe op de naleving van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
a. personen in dienst van de vergunninghouder;
b. personen in dienst van derden die zijn tewerkgesteld in het speelcasino;
c. adviseurs van de vergunninghouder;
d. de door de minister overeenkomstig artikel 7, eerste lid, aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling, alsmede de personen in dienst van de keuringsinstelling die zijn belast met goedkeuring en controle als bedoeld in artikel 7, tweede lid;
e. vervallen;
f. de voorzitter en de leden van de raad van commissarissen, alsmede van het bestuur van de vergunninghouder.
2. Het is de in het eerste lid bedoelde personen en de vergunninghouder niet toegestaan geldleningen te verstrekken aan spelers of van deze geldleningen te ontvangen. Onder dit verbod valt niet het achteraf in rekening brengen van groepsarrangementen.
3. De vergunninghouder ziet toe op de naleving van het bepaalde in het eerste en tweede lid.