BWBR0009228
Geldig vanaf 2004-12-15
Artikel 5d
Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet
1. De persoon, rechtspersoon of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, onderscheidenlijk artikel 5aa, doet van een wijziging in de titels, bedoeld in de artikelen 1, eerste lid, onderdelen q en w, en derde lid, en 1a, tweede lid, van de wetop grond waarvan percelen landbouwgrond of natuurterrein of gedeelten daarvan bij het bedrijf in gebruik zijn ten opzichte van de overeenkomstig de artikelen 5a, 5aa, 5baen 5cverstrekte gegevens melding aan de Dienst Regelingen door inzending van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 14, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld.
2. De persoon, rechtspersoon of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, onderscheidenlijk 5aa, doet van een verkleining van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein of van een wijziging van de onderscheiden teelten op de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond ten opzichte van de ingevolge de artikelen 5a, 5aa, 5baen 5cverstrekte gegevens melding aan de Dienst Regelingen door inzending van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 15, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld, ingeval op enig moment in het desbetreffende jaar niet langer sprake is van een mestplaatsingsruimte of mestaanvoerruimte die ten minste zo groot is als de som van
a de hoeveelheid dierlijke meststoffen die op jaarbasis uitgaande van de op dat moment gehouden dieren op het bedrijf wordt geproduceerd en
b. de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor op grond van een mestafzetovereenkomst een verplichting tot aanvoer op het bedrijf geldt.
3. De melding geschiedt uiterlijk dertig dagen na
a. de dag waarop de desbetreffende wijziging zich heeft voorgedaan, indien de melding betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het eerste lid;
b. het moment, bedoeld in het tweede lid, indien de melding betrekking heeft op de in dat lid bedoelde gegevens.
4. De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt vastgesteld op basis van het aantal op het desbetreffende moment gehouden dieren van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire excretienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar, opgenomen in bijlage E bij de wet.
5. De verplichting tot het doen van de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt niet in de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 mei 2005.
6. In zoverre in afwijking van het eerste lid wordt, ingeval landbouwgrond of natuurterrein op basis van een vastgesteld plan van toedeling in gebruik wordt genomen, de melding gedaan door inzending van het formulier zoals opgenomen in bijlage 14, dat is ingevuld en ondertekend door de gebruiker en geparafeerd door de landinrichtingscommissie, reconstructiecommissie onderscheidenlijk herinrichtingscommissie van het desbetreffende herverkavelingsblok ingeval het formulier is ingevuld overeenkomstig de bij die commissie bekende gegevens. In deze melding wordt de titel vermeld op grond waarvan de percelen landbouwgrond of natuurterrein of gedeelten daarvan bij het bedrijf in gebruik zullen zijn na het passeren van een akte van toedeling.
2. De persoon, rechtspersoon of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, onderscheidenlijk 5aa, doet van een verkleining van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein of van een wijziging van de onderscheiden teelten op de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond ten opzichte van de ingevolge de artikelen 5a, 5aa, 5baen 5cverstrekte gegevens melding aan de Dienst Regelingen door inzending van het formulier, zoals opgenomen in bijlage 15, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist is ingevuld, ingeval op enig moment in het desbetreffende jaar niet langer sprake is van een mestplaatsingsruimte of mestaanvoerruimte die ten minste zo groot is als de som van
a de hoeveelheid dierlijke meststoffen die op jaarbasis uitgaande van de op dat moment gehouden dieren op het bedrijf wordt geproduceerd en
b. de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor op grond van een mestafzetovereenkomst een verplichting tot aanvoer op het bedrijf geldt.
3. De melding geschiedt uiterlijk dertig dagen na
a. de dag waarop de desbetreffende wijziging zich heeft voorgedaan, indien de melding betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het eerste lid;
b. het moment, bedoeld in het tweede lid, indien de melding betrekking heeft op de in dat lid bedoelde gegevens.
4. De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt vastgesteld op basis van het aantal op het desbetreffende moment gehouden dieren van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire excretienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar, opgenomen in bijlage E bij de wet.
5. De verplichting tot het doen van de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt niet in de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 mei 2005.
6. In zoverre in afwijking van het eerste lid wordt, ingeval landbouwgrond of natuurterrein op basis van een vastgesteld plan van toedeling in gebruik wordt genomen, de melding gedaan door inzending van het formulier zoals opgenomen in bijlage 14, dat is ingevuld en ondertekend door de gebruiker en geparafeerd door de landinrichtingscommissie, reconstructiecommissie onderscheidenlijk herinrichtingscommissie van het desbetreffende herverkavelingsblok ingeval het formulier is ingevuld overeenkomstig de bij die commissie bekende gegevens. In deze melding wordt de titel vermeld op grond waarvan de percelen landbouwgrond of natuurterrein of gedeelten daarvan bij het bedrijf in gebruik zullen zijn na het passeren van een akte van toedeling.