BWBR0009228
Geldig vanaf 2004-12-15
Artikel 2
Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet
1. De heffingplichtige bedoeld in artikel 14, onderscheidenlijk 22 van de wet, houdt per bedrijf een administratie bij van het aantal gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren en van de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond, met gebruikmaking van het formulier, zoals opgenomen in:
– bijlage 1F, indien het de dieradministratie betreft met betrekking tot het jaar 2004;
– bijlage 1G, indien het de dieradministratie betreft met betrekking tot het jaar 2005;
– bijlage 2F, indien het de grondadministratie betreft met betrekking tot het jaar 2004;
– bijlage 2G, indien het de grondadministratie betreft met betrekking tot het jaar 2005.
2. De administratie wordt binnen de in de bijlagen, bedoeld in het eerste lid, aangegeven termijnen en overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist bijgehouden.
3. In zoverre in afwijking van het eerste en tweede lid wordt voor de invulling van het formulier, opgenomen in bijlage 1F, onderscheidenlijk 1G, als beginaantal dieren behorend tot de diercategorie die in bijlage A bij de wetwordt aangeduid met nummer 210, aangemerkt het aantal dieren dat bij aanvang van de op 1 januari lopende mestperiode is opgezet, verminderd met het van dit aantal sindsdien verkochte en gestorven aantal dieren, en worden tegelijk met de laatste aflevering voor de slacht van de hennen van een mestperiode ook de hanen van die mestperiode aangemerkt als afgeleverd voor de slacht.
4. In de plaats van de formulieren, bedoeld in het eerste lid, kunnen andere gegevensdragers als administratie worden gebruikt indien deze tenminste dezelfde gegevens bevatten en deze gegevens op vergelijkbare wijze zijn gerangschikt en berekend als voorgeschreven bij gebruik van het desbetreffende formulier.
5. Voorzover de administratie, bedoeld in het eerste lid, door een derde wordt bijgehouden, maakt de heffingplichtige steeds binnen 14 dagen aantekening van elke wijziging in de aantallen dieren en beschikt hij steeds binnen een maand na afloop van een kalendermaand over een afschrift van de tot en met die kalendermaand bijgewerkte administratie.
– bijlage 1F, indien het de dieradministratie betreft met betrekking tot het jaar 2004;
– bijlage 1G, indien het de dieradministratie betreft met betrekking tot het jaar 2005;
– bijlage 2F, indien het de grondadministratie betreft met betrekking tot het jaar 2004;
– bijlage 2G, indien het de grondadministratie betreft met betrekking tot het jaar 2005.
2. De administratie wordt binnen de in de bijlagen, bedoeld in het eerste lid, aangegeven termijnen en overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en juist bijgehouden.
3. In zoverre in afwijking van het eerste en tweede lid wordt voor de invulling van het formulier, opgenomen in bijlage 1F, onderscheidenlijk 1G, als beginaantal dieren behorend tot de diercategorie die in bijlage A bij de wetwordt aangeduid met nummer 210, aangemerkt het aantal dieren dat bij aanvang van de op 1 januari lopende mestperiode is opgezet, verminderd met het van dit aantal sindsdien verkochte en gestorven aantal dieren, en worden tegelijk met de laatste aflevering voor de slacht van de hennen van een mestperiode ook de hanen van die mestperiode aangemerkt als afgeleverd voor de slacht.
4. In de plaats van de formulieren, bedoeld in het eerste lid, kunnen andere gegevensdragers als administratie worden gebruikt indien deze tenminste dezelfde gegevens bevatten en deze gegevens op vergelijkbare wijze zijn gerangschikt en berekend als voorgeschreven bij gebruik van het desbetreffende formulier.
5. Voorzover de administratie, bedoeld in het eerste lid, door een derde wordt bijgehouden, maakt de heffingplichtige steeds binnen 14 dagen aantekening van elke wijziging in de aantallen dieren en beschikt hij steeds binnen een maand na afloop van een kalendermaand over een afschrift van de tot en met die kalendermaand bijgewerkte administratie.