BWBR0009198
Geldig vanaf 1997-12-30
Artikel 2
Besluit gebruik sera en entstoffen
1. Het is voor alle categorieën van houders van dieren verboden zonder ontheffing van Onze Minister vee, pluimvee, bijen, nertsen en andere in het <a href="/wet/BWBR0006450" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit aanwijzing diersoorten besmettelijke dierziekten</a>aangewezen soorten of categorieën van dieren te behandelen of door middel van derden te behandelen met levende entstoffen tegen de krachtens <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, eerste lid, van de wet</a>aangewezen besmettelijke dierziekten dan wel tegen andere, bij ministeriële regeling aangewezen besmettelijke dierziekten.
2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid strekt slechts tot het behandelen of door middel van derden behandelen van de daarin genoemde soorten of categorieën van dieren of dieren met een levende entstof, welke door Onze Minister is aangewezen.
3. Een ontheffing wordt slechts verleend, indien geen gevaar bestaat dat de algemene bestrijdingsmethodiek van de desbetreffende besmettelijke dierziekte door de betrokken behandeling wordt doorkruist of dat de uitvoering van nationale gezondheidsprogramma’s wordt belemmerd.
4. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet voor het behandelen of door middel van derden behandelen van dieren tegen door Onze Minister aangewezen dierziekten met een levende entstof welke door Onze Minister is aangewezen.
5. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet voor het behandelen of door middel van derden behandelen van aquacultuurdieren met levende entstof in het kader van wetenschappelijke studies ten behoeve van de ontwikkeling en het testen van vaccins tegen de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG genoemde ziekten bij aquacultuurdieren, mits:
a. de ontwikkeling en het testen plaatsvinden onder gecontroleerde omstandigheden, en
b. adequate maatregelen genomen worden ter bescherming van andere waterdieren tegen de schadelijke gevolgen van de in het kader van de studies uitgevoerde vaccinaties.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing op:
a. waterdieren voor sierdoeleinden gekweekt in niet-commerciële aquaria,
b. waterdieren uit het wild verzameld of gevangen die rechtstreeks voor de voedselketen bestemd zijn, en
c. waterdieren gevangen voor de productie van vismeel, visvoer, visolie en soortgelijke producten.
2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid strekt slechts tot het behandelen of door middel van derden behandelen van de daarin genoemde soorten of categorieën van dieren of dieren met een levende entstof, welke door Onze Minister is aangewezen.
3. Een ontheffing wordt slechts verleend, indien geen gevaar bestaat dat de algemene bestrijdingsmethodiek van de desbetreffende besmettelijke dierziekte door de betrokken behandeling wordt doorkruist of dat de uitvoering van nationale gezondheidsprogramma’s wordt belemmerd.
4. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet voor het behandelen of door middel van derden behandelen van dieren tegen door Onze Minister aangewezen dierziekten met een levende entstof welke door Onze Minister is aangewezen.
5. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet voor het behandelen of door middel van derden behandelen van aquacultuurdieren met levende entstof in het kader van wetenschappelijke studies ten behoeve van de ontwikkeling en het testen van vaccins tegen de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG genoemde ziekten bij aquacultuurdieren, mits:
a. de ontwikkeling en het testen plaatsvinden onder gecontroleerde omstandigheden, en
b. adequate maatregelen genomen worden ter bescherming van andere waterdieren tegen de schadelijke gevolgen van de in het kader van de studies uitgevoerde vaccinaties.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing op:
a. waterdieren voor sierdoeleinden gekweekt in niet-commerciële aquaria,
b. waterdieren uit het wild verzameld of gevangen die rechtstreeks voor de voedselketen bestemd zijn, en
c. waterdieren gevangen voor de productie van vismeel, visvoer, visolie en soortgelijke producten.