Als soorten van dieren bedoeld in
artikel 15, eerste lid, onderdeel e, van de wetworden aangewezen alle:
a. diersoorten behorend tot de klasse zoogdieren,
b. diersoorten behorend tot de klasse vogels,
c. vissen behorend tot de superklasse Agnatha en tot de klassen Chondrichthyes en Osteichthyes, weekdieren van het phylum Mollusca en schaaldieren van het subphylum Crustacea.