BWBR0009198
Geldig vanaf 1997-12-30
Artikel 5
Besluit gebruik sera en entstoffen
1. Onze Minister wijst als entstoffen als bedoeld in artikel 2, tweede en vierde lid, en artikel 3tegen de ziekte van Aujeszky bij dieren slechts die entstoffen aan die gebaseerd zijn op een virusstam die het gE-eiwit mist, en die antistoffen opwekken welke te onderscheiden zijn van de antistoffen die ontstaan na een infectie met het virus van de ziekte van Aujeszky met laboratoriummethoden die met het door Onze Minister aangewezen panel «gE Aujeszky» standaardsera de voorgeschreven uitslagen vertonen.
2. Onverminderd het eerste lid wijst Onze Minister als entstoffen als bedoeld in artikel 2, tweede en vierde lid, en artikel 3tegen de ziekte van Aujeszky bij varkens slechts die entstoffen aan waarvan ten genoegen van Onze Minister is aangetoond dat, met betrekking tot de werking op zowel varkens met als varkens zonder maternale antilichamen tegen het virus van de ziekte van Aujeszky, de betreffende entstof ten aanzien van het beperken van veldvirusuitscheiding even effectief is als, dan wel effectiever is dan een entstof bestaande uit 10 5· 6 plaque forming units van de derde tot de tiende passage (op varkensniercellen) van stam 783 opgelost in adjuverende 25% olie in water emulsie.
2. Onverminderd het eerste lid wijst Onze Minister als entstoffen als bedoeld in artikel 2, tweede en vierde lid, en artikel 3tegen de ziekte van Aujeszky bij varkens slechts die entstoffen aan waarvan ten genoegen van Onze Minister is aangetoond dat, met betrekking tot de werking op zowel varkens met als varkens zonder maternale antilichamen tegen het virus van de ziekte van Aujeszky, de betreffende entstof ten aanzien van het beperken van veldvirusuitscheiding even effectief is als, dan wel effectiever is dan een entstof bestaande uit 10 5· 6 plaque forming units van de derde tot de tiende passage (op varkensniercellen) van stam 783 opgelost in adjuverende 25% olie in water emulsie.