BWBR0009168
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 6
Regeling toekenningsprocedure WAO bij twee of meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tijdens fase 1 OOW
1. In geval van recht op meerdere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt, in afwijking van artikel 16of artikel 26 van de OOW, voor de vaststelling van de op basis van de OOWtoe te kennen uitkering ingevolge de WAOde mate van arbeidsongeschiktheid, afhankelijk van de hierna te onderscheiden situaties, als volgt vastgesteld:
a. indien er voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen een mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld die in alle gevallen gelijk is, die mate;
b. indien er voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen een mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld die niet in alle gevallen gelijk is, en in het kader van de uitvoering van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet een mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld die geldt per de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1, die laatstbedoelde mate;
c. in alle niet in de onderdelen a en b bedoelde situaties wordt de mate van arbeidsongeschiktheid nader onderzocht en vastgesteld.
2. Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt indien de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voortkomen uit:
a. gelijktijdig vervulde dienstbetrekkingen een maatmaninkomen gehanteerd dat wordt vastgesteld op de som van de maatmaninkomens die golden voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;
b. achtereenvolgens vervulde dienstbetrekkingen een maatmaninkomen gehanteerd ter grootte van het hoogste maatmaninkomen van de maatmaninkomens die golden voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
a. indien er voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen een mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld die in alle gevallen gelijk is, die mate;
b. indien er voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen een mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld die niet in alle gevallen gelijk is, en in het kader van de uitvoering van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet een mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld die geldt per de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1, die laatstbedoelde mate;
c. in alle niet in de onderdelen a en b bedoelde situaties wordt de mate van arbeidsongeschiktheid nader onderzocht en vastgesteld.
2. Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt indien de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voortkomen uit:
a. gelijktijdig vervulde dienstbetrekkingen een maatmaninkomen gehanteerd dat wordt vastgesteld op de som van de maatmaninkomens die golden voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;
b. achtereenvolgens vervulde dienstbetrekkingen een maatmaninkomen gehanteerd ter grootte van het hoogste maatmaninkomen van de maatmaninkomens die golden voor de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.