BWBR0009168
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 3
Regeling toekenningsprocedure WAO bij twee of meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tijdens fase 1 OOW
1. In geval van recht op meerdere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt, zo nodig in afwijking van artikel 14, eerste en tweede lid, artikel 17, of artikel 24, eerste tot en met derde lid, van de OOW, de hoogte van het dagloon van de uitkering ingevolge de WAO, of voorlopige uitkering ingevolge de WAOvastgesteld op:
a. de som van de op basis van artikel 14, artikel 17, of artikel 24 van de OOW vast te stellen daglonen, indien de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voortkomen uit gelijktijdig vervulde dienstbetrekkingen;
b. het bedrag van het hoogste van de op basis van artikel 14, artikel 17, of artikel 24 van de OOW vast te stellen dagloon, indien de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voortkomen uit achtereenvolgens vervulde betrekkingen.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde gevallen wordt de hoogte en de datum van ingang van het vervolgdagloon vastgesteld met inachtneming van de ingevolge artikel 2als datum van ingang van de uitkering ingevolge de WAOaangemerkte datum.
a. de som van de op basis van artikel 14, artikel 17, of artikel 24 van de OOW vast te stellen daglonen, indien de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voortkomen uit gelijktijdig vervulde dienstbetrekkingen;
b. het bedrag van het hoogste van de op basis van artikel 14, artikel 17, of artikel 24 van de OOW vast te stellen dagloon, indien de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voortkomen uit achtereenvolgens vervulde betrekkingen.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde gevallen wordt de hoogte en de datum van ingang van het vervolgdagloon vastgesteld met inachtneming van de ingevolge artikel 2als datum van ingang van de uitkering ingevolge de WAOaangemerkte datum.