BWBR0009152
Geldig vanaf 2009-11-25
Artikel 3
Bewapeningsregeling politie
1. Het bewapenen van de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993, die op grond van artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, met een korte wapenstok van een door de Minister goedgekeurd merk en type, met de pepperspray of met het pistool is alleen toegestaan indien de Minister daarvoor toestemming heeft gegeven.
Aan deze toestemming kunnen door de Minister voorwaarden worden verbonden.
2. Het verzoek voor het bewapenen, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan door de korpsbeheerder.
Aan deze toestemming kunnen door de Minister voorwaarden worden verbonden.
2. Het verzoek voor het bewapenen, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan door de korpsbeheerder.