BWBR0009134
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 5
Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders 1998
1. Met inachtneming van de artikelen 2en 3bedraagt de subsidie per gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaats op alle werk- of studiedagen van de week: f 19.050 voor het gehele kalenderjaar vermenigvuldigd met de in het tweede lid omschreven omrekenfactor.
2. De omrekenfactor bedraagt bij:
a. hele-dagopvang: 1;
b. halve-dagopvang: 0,66;
c. buitenschoolse opvang: 0,66;
d. gastouderopvang: 0,4.
3. De subsidie wordt naar evenredigheid verlaagd, indien:
a. de kinderopvangplaats, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b of c, niet op alle werk- of studiedagen van de week wordt gerealiseerd of slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, of
b. de kinderopvangplaats, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar wordt gerealiseerd.
4. De na toepassing van het eerste, tweede en derde lid berekende subsidie wordt verlaagd indien de gemiddelde feitelijke bezetting van de gerealiseerde nieuwe kinderopvang- plaatsen over 1998, lager is dan 80%. Voorzover deze gemiddelde bezetting, beneden de 80% blijft, wordt het verschil in procentpunten vermenigvuldigd met 1,25 en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie.
2. De omrekenfactor bedraagt bij:
a. hele-dagopvang: 1;
b. halve-dagopvang: 0,66;
c. buitenschoolse opvang: 0,66;
d. gastouderopvang: 0,4.
3. De subsidie wordt naar evenredigheid verlaagd, indien:
a. de kinderopvangplaats, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, b of c, niet op alle werk- of studiedagen van de week wordt gerealiseerd of slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, of
b. de kinderopvangplaats, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar wordt gerealiseerd.
4. De na toepassing van het eerste, tweede en derde lid berekende subsidie wordt verlaagd indien de gemiddelde feitelijke bezetting van de gerealiseerde nieuwe kinderopvang- plaatsen over 1998, lager is dan 80%. Voorzover deze gemiddelde bezetting, beneden de 80% blijft, wordt het verschil in procentpunten vermenigvuldigd met 1,25 en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie.