BWBR0009134
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 3
Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders 1998
De subsidie voor gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaatsen wordt aan de gemeente verleend onder de voorwaarden dat:
a. in de schriftelijke overeenkomst bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdelen b en c, ten minste is vastgelegd het aantal kinderopvangplaatsen, bedoeld in deze regeling, alsmede het tijdstip waarop en de periode gedurende welke deze plaatsen zijn gerealiseerd, en
b. in de jaarverantwoording van de derde instelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, over het jaar waarin de in de regeling bedoelde plaatsen zijn gerealiseerd tevens de gerealiseerde plaatsen worden verantwoord, de periode gedurende welke deze feitelijk zijn bezet, alsmede het aantal gerealiseerde kinderopvangplaatsen per 31 december 1995 wordt vermeld, en
c. deze jaarverantwoording voorzien is van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
a. in de schriftelijke overeenkomst bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdelen b en c, ten minste is vastgelegd het aantal kinderopvangplaatsen, bedoeld in deze regeling, alsmede het tijdstip waarop en de periode gedurende welke deze plaatsen zijn gerealiseerd, en
b. in de jaarverantwoording van de derde instelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, over het jaar waarin de in de regeling bedoelde plaatsen zijn gerealiseerd tevens de gerealiseerde plaatsen worden verantwoord, de periode gedurende welke deze feitelijk zijn bezet, alsmede het aantal gerealiseerde kinderopvangplaatsen per 31 december 1995 wordt vermeld, en
c. deze jaarverantwoording voorzien is van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.