BWBR0009134
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 11
Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders 1998
1. Burgemeester en wethouders doen vóór 20 september 1999 aan de minister opgave van het aantal feitelijk gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaatsen, de feitelijke bezetting van die plaatsen door ten laste komende kinderen, alsmede de soort opvangplaatsen. Deze jaaropgave is ingericht overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 2 en is voorzien van een verklaring van een deskundige, belast met de in artikel 213 van de Gemeentewetvoorgeschreven controle omtrent de juistheid van gegevens.
2. De verklaring dat aan de voorwaarden van deze regeling is voldaan, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig algemene uitgangspunten. Deze verklaring is ingericht overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 3, inclusief de bijbehorende aandachtspuntenlijst.
3. Indien de jaarverantwoording van de derde instelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, wordt gecontroleerd door een ander dan de accountant bedoeld in het eerste lid, kan de accountant van de gemeente bij de controle van de opgave, indien dit naar zijn oordeel doelmatig is, gebruik maken van de controle die de accountant, bedoeld in artikel 3, onder c.
2. De verklaring dat aan de voorwaarden van deze regeling is voldaan, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig algemene uitgangspunten. Deze verklaring is ingericht overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 3, inclusief de bijbehorende aandachtspuntenlijst.
3. Indien de jaarverantwoording van de derde instelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, wordt gecontroleerd door een ander dan de accountant bedoeld in het eerste lid, kan de accountant van de gemeente bij de controle van de opgave, indien dit naar zijn oordeel doelmatig is, gebruik maken van de controle die de accountant, bedoeld in artikel 3, onder c.