BWBR0009132
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 53
IJkregeling meetwerktuigen
1. De wand, de bodem en de drijver van een melkmeetemmer moeten zijn vervaardigd van roestvrij staal, van blik of van vertind ijzer.
2. Andere dan roestvrij stalen melkmeetemmers moeten voorzien zijn van een naamplaat van vertind geelkoper, terwijl de overige samenstellende delen van deze emmers van vertind ijzer moeten zijn.
3. De einden van de wand, sluitend tegen elkaar gelegd, moeten zijn geklonken op een strak langs de buitenwand aangebrachte strook.
4. Alle verbindingen, waaronder die welke van klinkbouten zijn voorzien, moeten zijn gesoldeerd.
5. Boven de band om de cilinder mag de wand een zodanig beloop hebben, dat tegenover de handgreep een schenktuit wordt gevormd.
2. Andere dan roestvrij stalen melkmeetemmers moeten voorzien zijn van een naamplaat van vertind geelkoper, terwijl de overige samenstellende delen van deze emmers van vertind ijzer moeten zijn.
3. De einden van de wand, sluitend tegen elkaar gelegd, moeten zijn geklonken op een strak langs de buitenwand aangebrachte strook.
4. Alle verbindingen, waaronder die welke van klinkbouten zijn voorzien, moeten zijn gesoldeerd.
5. Boven de band om de cilinder mag de wand een zodanig beloop hebben, dat tegenover de handgreep een schenktuit wordt gevormd.