BWBR0009113
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 52
IJkregeling vloeistofhoogtemeters
1. De blootstelling aan omgevingscondities van elektronische inrichtingen, die zijn opgesteld in de vrije atmosfeer, bestaat uit:
a. een stabiele omgevingstemperatuur van +55 °C en een relatieve vochtigheid van 19% gedurende 2 uur;
b. een stabiele omgevingstemperatuur van ‐25 °C gedurende 2 uur;
c. een stabiele omgevingstemperatuur van 40 °C en een relatieve vochtigheid van 93% gedurende een periode van 4 dagen;
d. plaatsing van de elektronische inrichting in een ruimte met een temperatuur van 25 °C ± 3 °C en een relatieve vochtigheid van ten minste 95%, gevolgd door twee cycli van 24 uur, waarin achtereenvolgens: 1°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt opgevoerd tot 55 °C, waarbij de relatieve vochtigheid gehandhaafd blijft op ten minste 95%, uitgezonderd de laatste 15 minuten, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 93% bedraagt;
2°. de temperatuur van 55 °C ± 2 °C wordt gehandhaafd tot 12 uur ± 30 minuten na het begin van de cyclus bij een relatieve vochtigheid van 93% ± 3%;
3°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt verlaagd tot 25 °C ± 3 °C, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 95% bedraagt;
4°. de temperatuur van 25 °C ± 3 °C wordt gehandhaafd bij een relatieve vochtigheid van ten minste 95%, totdat de cyclus van 24 uur is voltooid.
1°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt opgevoerd tot 55 °C, waarbij de relatieve vochtigheid gehandhaafd blijft op ten minste 95%, uitgezonderd de laatste 15 minuten, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 93% bedraagt;
2°. de temperatuur van 55 °C ± 2 °C wordt gehandhaafd tot 12 uur ± 30 minuten na het begin van de cyclus bij een relatieve vochtigheid van 93% ± 3%;
3°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt verlaagd tot 25 °C ± 3 °C, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 95% bedraagt;
4°. de temperatuur van 25 °C ± 3 °C wordt gehandhaafd bij een relatieve vochtigheid van ten minste 95%, totdat de cyclus van 24 uur is voltooid.
2. De luchtvochtigheid wordt zodanig geregeld, dat condensvorming mogelijk blijft.
a. een stabiele omgevingstemperatuur van +55 °C en een relatieve vochtigheid van 19% gedurende 2 uur;
b. een stabiele omgevingstemperatuur van ‐25 °C gedurende 2 uur;
c. een stabiele omgevingstemperatuur van 40 °C en een relatieve vochtigheid van 93% gedurende een periode van 4 dagen;
d. plaatsing van de elektronische inrichting in een ruimte met een temperatuur van 25 °C ± 3 °C en een relatieve vochtigheid van ten minste 95%, gevolgd door twee cycli van 24 uur, waarin achtereenvolgens: 1°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt opgevoerd tot 55 °C, waarbij de relatieve vochtigheid gehandhaafd blijft op ten minste 95%, uitgezonderd de laatste 15 minuten, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 93% bedraagt;
2°. de temperatuur van 55 °C ± 2 °C wordt gehandhaafd tot 12 uur ± 30 minuten na het begin van de cyclus bij een relatieve vochtigheid van 93% ± 3%;
3°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt verlaagd tot 25 °C ± 3 °C, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 95% bedraagt;
4°. de temperatuur van 25 °C ± 3 °C wordt gehandhaafd bij een relatieve vochtigheid van ten minste 95%, totdat de cyclus van 24 uur is voltooid.
1°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt opgevoerd tot 55 °C, waarbij de relatieve vochtigheid gehandhaafd blijft op ten minste 95%, uitgezonderd de laatste 15 minuten, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 93% bedraagt;
2°. de temperatuur van 55 °C ± 2 °C wordt gehandhaafd tot 12 uur ± 30 minuten na het begin van de cyclus bij een relatieve vochtigheid van 93% ± 3%;
3°. in 3 uur ± 30 minuten de temperatuur wordt verlaagd tot 25 °C ± 3 °C, waarbij de relatieve vochtigheid ten minste 95% bedraagt;
4°. de temperatuur van 25 °C ± 3 °C wordt gehandhaafd bij een relatieve vochtigheid van ten minste 95%, totdat de cyclus van 24 uur is voltooid.
2. De luchtvochtigheid wordt zodanig geregeld, dat condensvorming mogelijk blijft.