BWBR0009113
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 39
IJkregeling vloeistofhoogtemeters
Op iedere vloeistofhoogtemeter moeten, hetzij direct, hetzij op een plaat, die vast met de vloeistofhoogtemeter is verbonden, zijn vermeld:
a. de naam en de woonplaats van degene die de vloeistofhoogtemeter heeft vervaardigd of diens fabrieksmerk;
b. het jaar waarin de vloeistofhoogtemeter is vervaardigd en het fabrieksnummer;
c. het nummer van de betrokken verklaring van toelating;
d. de identificatie van het meetreservoir, waarop de vloeistofhoogtemeter is bevestigd;
e. het opschrift ’het nulpunt van de vloeistofhoogtemeter ligt ... mm beneden het referentiepunt’;
f. elke andere aanduiding, welke in verband met de samenstelling of de werking van de vloeistofhoogtemeter door de ijkinstelling noodzakelijk wordt geacht, als aangegeven in de verklaring van toelating.
a. de naam en de woonplaats van degene die de vloeistofhoogtemeter heeft vervaardigd of diens fabrieksmerk;
b. het jaar waarin de vloeistofhoogtemeter is vervaardigd en het fabrieksnummer;
c. het nummer van de betrokken verklaring van toelating;
d. de identificatie van het meetreservoir, waarop de vloeistofhoogtemeter is bevestigd;
e. het opschrift ’het nulpunt van de vloeistofhoogtemeter ligt ... mm beneden het referentiepunt’;
f. elke andere aanduiding, welke in verband met de samenstelling of de werking van de vloeistofhoogtemeter door de ijkinstelling noodzakelijk wordt geacht, als aangegeven in de verklaring van toelating.