BWBR0009019
Geldig vanaf 2013-04-01
Artikel 7
Besluit identificatie en registratie van dieren
1. Een houder laat zijn hond identificeren binnen zeven weken na de geboorte.
2. Een houder registreert zijn hond binnen acht weken na de geboorte in een databank.
3. Indien de houder een natuurlijk persoon is, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door:
a. naam, adres en woonplaats;
b. het nummer van de chip;
c. de geboortedatum van de hond;
d. de datum van identificatie;
e. de naam, adres en woonplaats van de persoon die de chip inbrengt;
f. indien de houder daarover beschikt, het registratienummer dat op grond van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend.
4. Indien de houder een onderneming heeft als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0021777/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007</a>, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door:
a. vestigingsadres van de onderneming waarop de hond wordt gehouden;
b. naam van de onderneming en de beheerder van de onderneming;
c. het nummer van de inschrijving in het handelsregister;
d. het registratienummer dat op basis van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend, en
e. de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen b tot en met e.
5. De houder meldt in een databank:
a. een wijziging van de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of vierde lid, onderdelen a tot en met c;
b. het overlijden of de blijvende vermissing van de hond.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. de wijze van registratie van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid;
b. de bewaartermijn van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid, en
c. de termijn waarbinnen de houder de melding, bedoeld in het vijfde lid, doet.
2. Een houder registreert zijn hond binnen acht weken na de geboorte in een databank.
3. Indien de houder een natuurlijk persoon is, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door:
a. naam, adres en woonplaats;
b. het nummer van de chip;
c. de geboortedatum van de hond;
d. de datum van identificatie;
e. de naam, adres en woonplaats van de persoon die de chip inbrengt;
f. indien de houder daarover beschikt, het registratienummer dat op grond van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend.
4. Indien de houder een onderneming heeft als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0021777/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007</a>, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door:
a. vestigingsadres van de onderneming waarop de hond wordt gehouden;
b. naam van de onderneming en de beheerder van de onderneming;
c. het nummer van de inschrijving in het handelsregister;
d. het registratienummer dat op basis van artikel 3.8, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is toegekend, en
e. de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen b tot en met e.
5. De houder meldt in een databank:
a. een wijziging van de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of vierde lid, onderdelen a tot en met c;
b. het overlijden of de blijvende vermissing van de hond.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. de wijze van registratie van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid;
b. de bewaartermijn van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid, en
c. de termijn waarbinnen de houder de melding, bedoeld in het vijfde lid, doet.