BWBR0009019
Geldig vanaf 2013-04-01
Artikel 10
Besluit identificatie en registratie van dieren
1. De registratie vindt plaats in een door Onze Minister aangewezen databank.
2. Ingeval Onze Minister verschillende databanken aanwijst, volstaat registratie bij een van de databanken.
3. Een beheerder van een databank verwerkt de gegevens, bedoeld in artikel 7, derde tot en met vijfde lid, 8, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, en stelt deze gegevens beschikbaar aan Onze Minister.
4. Onze Minister wijst een databank aan indien:
a. de beheerder van de databank een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
b. de databank schriftelijk of elektronisch voldoende bereikbaar is voor houders;
c. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens elektronisch en tijdig kan aanleveren aan Onze Minister;
d. de beheerder van de databank aantoont passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de geregistreerde gegevens afdoende te beveiligen teneinde verlies, onrechtmatige of onnodige verwerking hiervan te voorkomen;
e. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens: 1°. overeenkomstig dit besluit verwerkt;
2°. slechts voor andere doelen dan bedoeld in artikel 12, derde lid, gebruikt, nadat toestemming is verkregen van de betrokkene;
1°. overeenkomstig dit besluit verwerkt;
2°. slechts voor andere doelen dan bedoeld in artikel 12, derde lid, gebruikt, nadat toestemming is verkregen van de betrokkene;
f. de beheerder van de databank informatie verstrekt aan de houder van een hond en ook overigens maatregelen treft om hem zijn rechten te kunnen laten uitoefenen en de plichten na te leven als bedoeld in hoofdstuk 3 en de artikelen 33 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming en artikel 40 tot en met 42 en 47 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, en
g. de beheerder zorg draagt voor de kwaliteit van de gegevens en deze slechts bewaart gedurende een bij ministeriële regeling bepaalde termijn.
5. Met toepassing van <a href="/wet/BWBR0026759/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet</a>is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing op de aanwijzing door Onze Minister, bedoeld in het eerste lid.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b, c, d, en f;
b. de wijze waarop de databank aantoont dat voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid;
c. de termijn waarop de databank de geregistreerde gegevens bewaart;
d. de wijze van indienen van een aanvraag tot aanwijzing;
e. de procedure voor aanwijzing van een databank.
2. Ingeval Onze Minister verschillende databanken aanwijst, volstaat registratie bij een van de databanken.
3. Een beheerder van een databank verwerkt de gegevens, bedoeld in artikel 7, derde tot en met vijfde lid, 8, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, en stelt deze gegevens beschikbaar aan Onze Minister.
4. Onze Minister wijst een databank aan indien:
a. de beheerder van de databank een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
b. de databank schriftelijk of elektronisch voldoende bereikbaar is voor houders;
c. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens elektronisch en tijdig kan aanleveren aan Onze Minister;
d. de beheerder van de databank aantoont passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de geregistreerde gegevens afdoende te beveiligen teneinde verlies, onrechtmatige of onnodige verwerking hiervan te voorkomen;
e. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens: 1°. overeenkomstig dit besluit verwerkt;
2°. slechts voor andere doelen dan bedoeld in artikel 12, derde lid, gebruikt, nadat toestemming is verkregen van de betrokkene;
1°. overeenkomstig dit besluit verwerkt;
2°. slechts voor andere doelen dan bedoeld in artikel 12, derde lid, gebruikt, nadat toestemming is verkregen van de betrokkene;
f. de beheerder van de databank informatie verstrekt aan de houder van een hond en ook overigens maatregelen treft om hem zijn rechten te kunnen laten uitoefenen en de plichten na te leven als bedoeld in hoofdstuk 3 en de artikelen 33 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming en artikel 40 tot en met 42 en 47 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, en
g. de beheerder zorg draagt voor de kwaliteit van de gegevens en deze slechts bewaart gedurende een bij ministeriële regeling bepaalde termijn.
5. Met toepassing van <a href="/wet/BWBR0026759/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet</a>is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing op de aanwijzing door Onze Minister, bedoeld in het eerste lid.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b, c, d, en f;
b. de wijze waarop de databank aantoont dat voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid;
c. de termijn waarop de databank de geregistreerde gegevens bewaart;
d. de wijze van indienen van een aanvraag tot aanwijzing;
e. de procedure voor aanwijzing van een databank.