BWBR0009019
Geldig vanaf 2013-04-01
Artikel 14
Besluit identificatie en registratie van dieren
1. Een hond wordt geïdentificeerd door middel van het inbrengen van een chip met een uniek nummer.
2. Voor de identificatie wordt een chip gebruikt die voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen.
3. Het is verboden een chip te hergebruiken.
4. Het is verboden een chip te verwijderen, tenzij de verwijdering noodzakelijk is vanwege een diergeneeskundige oorzaak, die door een dierenarts in de databank wordt geregistreerd.
5. Bij ministeriële regeling kunnen:
a. nadere regels worden gesteld over het vierde lid;
b. regels worden gesteld over de plichten van de houder met betrekking tot de afleesbaarheid van de chip.
2. Voor de identificatie wordt een chip gebruikt die voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen.
3. Het is verboden een chip te hergebruiken.
4. Het is verboden een chip te verwijderen, tenzij de verwijdering noodzakelijk is vanwege een diergeneeskundige oorzaak, die door een dierenarts in de databank wordt geregistreerd.
5. Bij ministeriële regeling kunnen:
a. nadere regels worden gesteld over het vierde lid;
b. regels worden gesteld over de plichten van de houder met betrekking tot de afleesbaarheid van de chip.