BWBR0008894
Geldig vanaf 1997-11-07
Artikel XIV
Wijzigingsbesluit van enige rechtspositionele besluiten (toekenning eindejaarsuitkering inzake akkoord arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid sector Politie)
1. Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met f, van het Besluit bezoldiging politie, die op 1 april 1998 in dienst is, wordt in de maand mei 1998 eenmalig een bedrag van f 1450,00 toegekend.
2. Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met f, van het Besluit bezoldiging politie, die in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 in dienst treedt, wordt in de maand november 1998 een eenmalig bedrag toegekend naar rato van het aantal kalendermaanden dat hij in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 in dienst is geweest.
3. Voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, aan wie in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 ontslag wordt verleend, wordt het bedrag dat hem in de maand mei 1998 eenmalig is toegekend, vastgesteld naar rato van het aantal kalendermaanden dat de ambtenaar in dienst is geweest tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998.
4. De ambtenaar is bij zijn ontslag het verschil tussen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, en het bedrag, bedoeld in het derde lid, verschuldigd.
5. Aan de ambtenaar met een deelbetrekking, wordt de eenmalige uitkering naar evenredigheid toegekend.
6. De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.
2. Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met f, van het Besluit bezoldiging politie, die in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 in dienst treedt, wordt in de maand november 1998 een eenmalig bedrag toegekend naar rato van het aantal kalendermaanden dat hij in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 in dienst is geweest.
3. Voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, aan wie in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 ontslag wordt verleend, wordt het bedrag dat hem in de maand mei 1998 eenmalig is toegekend, vastgesteld naar rato van het aantal kalendermaanden dat de ambtenaar in dienst is geweest tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998.
4. De ambtenaar is bij zijn ontslag het verschil tussen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, en het bedrag, bedoeld in het derde lid, verschuldigd.
5. Aan de ambtenaar met een deelbetrekking, wordt de eenmalige uitkering naar evenredigheid toegekend.
6. De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.