BWBR0008894
Geldig vanaf 1997-11-07
Artikel XIII
Wijzigingsbesluit van enige rechtspositionele besluiten (toekenning eindejaarsuitkering inzake akkoord arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid sector Politie)
1. Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van het Besluit bezoldiging politiewordt in de maand juli 1997 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 12% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
2. De berekeningsbasis, bedoeld in het eerste lid, is het salaris, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van het Besluit bezoldiging politie, dat over de maand juni 1997 is genoten, met inachtneming van de bepalingen in het Besluit algemene rechtspositie politieen het Besluit bezoldiging politieter zake van buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, ziekte, schorsing of vermindering van bezoldiging in geval van non-activiteit en militaire dienst.
3. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel niet als belanghebbende aangemerkt voor de tijd dat hij ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is en in verband daarmee de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet tot een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
4. De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.
2. De berekeningsbasis, bedoeld in het eerste lid, is het salaris, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van het Besluit bezoldiging politie, dat over de maand juni 1997 is genoten, met inachtneming van de bepalingen in het Besluit algemene rechtspositie politieen het Besluit bezoldiging politieter zake van buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, ziekte, schorsing of vermindering van bezoldiging in geval van non-activiteit en militaire dienst.
3. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel niet als belanghebbende aangemerkt voor de tijd dat hij ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is en in verband daarmee de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet tot een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
4. De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.