1. Onverminderd het bepaalde in het
Besluit bezoldiging politiewordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van:
a. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met uitzondering van de surveillant van politie die door het bevoegd gezag van de vaste component in artikel 13 van het Besluit bezoldiging politie is uitgesloten;
b. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie die door het bevoegd gezag is aangewezen voor de vaste component, bedoeld in artikel 13 van het Besluit bezoldiging politie;
c. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van politie die op 1 juli 1997 recht zou hebben gehad op de harmonisatietoeslag krachtens de circulaire van Onze Minister van 6 december 1996, kenmerk EA96/U3909, indien deze niet zou zijn komen te vervallen;
d. de bijzondere ambtenaar van politie;
e. de ambtenaar bezoldigd volgens een der salarisschalen van bijlage IA behorende bij het Besluit bezoldiging politie;
vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris zoals dat voor de ambtenaar zou hebben gegolden op 1 juli 1997, indien de in artikel V, onder A, bedoelde vervanging van de
bijlagen Ien
IA, niet zou hebben plaatsgevonden, vermeerderd met het bedrag van de tijdelijke vaste component die op grond van
Bijlage IB van het Besluit bezoldiging politietot 1 juli 1997 heeft gegolden.
2. Onverminderd het bepaalde in het
Besluit bezoldiging politiewordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van:
a. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie die op 1 juli 1997 geen recht zou hebben gehad op de harmonisatietoeslag, indien deze niet zou zijn komen te vervallen;
b. de surveillant van politie die door het bevoegd gezag van de vaste component is uitgesloten;
vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris zoals dat voor de ambtenaar zou hebben gegolden op 1 juli 1997, indien de in artikel V, onder A, bedoelde vervanging van de
bijlagen Ien
IAniet zou hebben plaatsgevonden, vermeerderd met tenminste f 100,00.
3. In geval de in het eerste en tweede lid bedoelde vaststelling van het salaris niet kan plaatsvinden op de daar genoemde bedragen, wordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van de ambtenaar vastgesteld op het naasthogere bedrag van het salaris zoals dat zou hebben gegolden op 1 juli 1997, indien de in artikel V, onder A, bedoelde vervanging van de
bijlagen Ien
IAniet zou hebben plaatsgevonden, vermeerderd met het bedrag van de tijdelijke vaste component dan wel tenminste f 100,00.
4. De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde vaststelling van het salaris laat het tijdstip waarop aan de ambtenaar de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, onverlet.