BWBR0008852
Geldig vanaf 1997-08-01
Artikel 8
Informatiestatuut Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit
1. Ter kennisneming biedt de minister het college zo spoedig mogelijk na het beschikbaar komen daarvan, voor zover op het gebied van dan wel relevant voor de taakuitoefening door het college, de volgende informatie aan:
a. besluiten over of vastgestelde versies van de in artikel 4, tweede lid, genoemde voornemens;
b. (andere) brieven of nota’s aan de kamers der Staten- Generaal, voor zover deze niet aangemerkt zijn als vertrouwelijke stukken;
c. adviesaanvragen en consultatiedocumenten;
d. internationale afspraken over internationale regelgeving en verslagen van internationaal overleg;
e. verslagen van relevante overleggremia, waaronder in ieder geval het Overlegplatform Post en Telecommunicatie (OPT), het Nationaal Nummeroverleg (NNO) en relevant interdepartementaal overleg.
2. De minister draagt er zorg voor dat het college wordt geïnformeerd over relevante ontwikkelingen en aanschrijvingen op niveau van de rijksoverheid aangaande de bedrijfsvoering.
a. besluiten over of vastgestelde versies van de in artikel 4, tweede lid, genoemde voornemens;
b. (andere) brieven of nota’s aan de kamers der Staten- Generaal, voor zover deze niet aangemerkt zijn als vertrouwelijke stukken;
c. adviesaanvragen en consultatiedocumenten;
d. internationale afspraken over internationale regelgeving en verslagen van internationaal overleg;
e. verslagen van relevante overleggremia, waaronder in ieder geval het Overlegplatform Post en Telecommunicatie (OPT), het Nationaal Nummeroverleg (NNO) en relevant interdepartementaal overleg.
2. De minister draagt er zorg voor dat het college wordt geïnformeerd over relevante ontwikkelingen en aanschrijvingen op niveau van de rijksoverheid aangaande de bedrijfsvoering.