BWBR0008852
Geldig vanaf 1997-08-01
Artikel 12
Informatiestatuut Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit
1. Het jaarverslag bedoeld in artikel 17 van de wet, geeft een getrouw beeld omtrent de toestand op 31 december van het jaar waarover gerapporteerd wordt en de gang van zaken gedurende dat jaar.
2. In het jaarverslag wordt ingegaan op de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen, en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkwijze in het bijzonder in het afgelopen boekjaar, mede in relatie tot de in de meerjarenraming en de begroting vooraf gestelde doelen en verwachte ontwikkelingen, alsmede de factoren die daarbij van invloed zijn geweest.
3. In het jaarverslag wordt het oordeel over de situatie van de informatiebeveiliging vermeld, alsmede op welke wijze en door wie dit oordeel tot stand is gekomen.
4. In het jaarverslag worden de kengetallen genoemd in artikel 9opgenomen.
5. In het jaarverslag wordt informatie verstrekt over het gehanteerde functiewaarderingssysteem.
6. In het jaarverslag worden mededelingen gedaan omtrent de gang van zaken; daarbij wordt, voor zover gewichtige belangen zich hiertegen niet verzetten, in het bijzonder aandacht besteed aan de investeringen, de financiering en personele aspecten en aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de kwaliteit van de taakuitoefening afhankelijk is.
7. Het jaarverslag mag niet in strijd zijn met de jaarrekening.
8. Uiterlijk met ingang van het tweede verslagjaar bevat het jaarverslag tevens een globale beschrijving van de ontwikkelingen op de postmarkt en de elektronische communicatiemarkt.
9. Bij het opstellen van de jaarrekening, bedoeld in artikel 20 van de wet, zijn de artikelen 361, 362, eerste tot en met vijfde lid, 362, zevende lid, 363 tot en met 390en 392 van Boek 2 BWvan overeenkomstige toepassing; voor ’de algemene vergadering van leden of aandeelhouders’ of ’de algemene vergadering’ of ’de leden’ of ’de aandeelhouders’ moet worden gelezen: ’Onze Minister’; voor ’het bestuur’ of ’bestuurders’ moet worden gelezen: ’het college’ respectievelijk ’de vaste leden van het college’.
10. Het college dient in plaats van de winst- en verliesrekening een exploitatierekening in; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
11. In artikel 367, eerste lid, onderdeel f, en in artikel 370, eerste lid, onderdeel e, van Boek 2 BW, dient voor ’leden of houders van aandelen op naam’ gelezen te worden : ’de Staat.’
2. In het jaarverslag wordt ingegaan op de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen, en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkwijze in het bijzonder in het afgelopen boekjaar, mede in relatie tot de in de meerjarenraming en de begroting vooraf gestelde doelen en verwachte ontwikkelingen, alsmede de factoren die daarbij van invloed zijn geweest.
3. In het jaarverslag wordt het oordeel over de situatie van de informatiebeveiliging vermeld, alsmede op welke wijze en door wie dit oordeel tot stand is gekomen.
4. In het jaarverslag worden de kengetallen genoemd in artikel 9opgenomen.
5. In het jaarverslag wordt informatie verstrekt over het gehanteerde functiewaarderingssysteem.
6. In het jaarverslag worden mededelingen gedaan omtrent de gang van zaken; daarbij wordt, voor zover gewichtige belangen zich hiertegen niet verzetten, in het bijzonder aandacht besteed aan de investeringen, de financiering en personele aspecten en aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de kwaliteit van de taakuitoefening afhankelijk is.
7. Het jaarverslag mag niet in strijd zijn met de jaarrekening.
8. Uiterlijk met ingang van het tweede verslagjaar bevat het jaarverslag tevens een globale beschrijving van de ontwikkelingen op de postmarkt en de elektronische communicatiemarkt.
9. Bij het opstellen van de jaarrekening, bedoeld in artikel 20 van de wet, zijn de artikelen 361, 362, eerste tot en met vijfde lid, 362, zevende lid, 363 tot en met 390en 392 van Boek 2 BWvan overeenkomstige toepassing; voor ’de algemene vergadering van leden of aandeelhouders’ of ’de algemene vergadering’ of ’de leden’ of ’de aandeelhouders’ moet worden gelezen: ’Onze Minister’; voor ’het bestuur’ of ’bestuurders’ moet worden gelezen: ’het college’ respectievelijk ’de vaste leden van het college’.
10. Het college dient in plaats van de winst- en verliesrekening een exploitatierekening in; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.
11. In artikel 367, eerste lid, onderdeel f, en in artikel 370, eerste lid, onderdeel e, van Boek 2 BW, dient voor ’leden of houders van aandelen op naam’ gelezen te worden : ’de Staat.’