BWBR0008838
Geldig vanaf 1997-07-26
Artikel 11
Tijdelijke regeling steunmaatregelen financiële positie en financieel management bve-instellingen
De toewijzing van de aanvullende middelen kan tot 5 jaar na de datum waarop de toewijzing heeft plaatsgevonden geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of verlaagd, indien:
a. het bevoegd gezag van de instelling heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen,
b. het bevoegd gezag van de instelling kennelijk in strijd met het doel van de regeling heeft gehandeld,
c. het bevoegd gezag van de instelling onjuiste niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt, of
d. de verlening van de vergoeding onjuist was en het bevoegd gezag van de instelling dit wist of behoorde te weten.
a. het bevoegd gezag van de instelling heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen,
b. het bevoegd gezag van de instelling kennelijk in strijd met het doel van de regeling heeft gehandeld,
c. het bevoegd gezag van de instelling onjuiste niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt, of
d. de verlening van de vergoeding onjuist was en het bevoegd gezag van de instelling dit wist of behoorde te weten.