BWBR0008800
Geldig vanaf 2019-07-23
Artikel 4
Regeling wapens en munitie
1. Het bepaalde in artikel 13, eerste liden 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27, eerste lid, van de wetis niet van toepassing op opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten en buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover hun het voorschrift is gegeven om gedurende hun dienstuitoefening een wapen en munitie voorhanden te hebben.
2. Het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt gegeven door de Minister.
3. Het eerste lid geldt uitsluitend gedurende de periode dat opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdienstenen de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikken over een titel van opsporingsbevoegdheid.
2. Het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt gegeven door de Minister.
3. Het eerste lid geldt uitsluitend gedurende de periode dat opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdienstenen de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikken over een titel van opsporingsbevoegdheid.