BWBR0008800
Geldig vanaf 2019-07-23
Artikel 22
Regeling wapens en munitie
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste liden 27, eerste lid, van de wetwordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en dragen van noodsignaalmiddelen en de daarbij behorende lichtsignaal- of rooksignaalpatronen door personen van 18 jaar of ouder.
2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
1º. de noodsignaalmiddelen aº. van een kleiner kaliber zijn dan kaliber 12 (18,2 mm);
a. uitsluitend geschikt zijn voor het verschieten van noodsignaalmunitie;
b. zijn vervaardigd van kunststof of lichtmetaal;
c. niet de vorm hebben van een geweer, pistool of revolver;
d. door middel van gravering zijn voorzien van de postcode en het huisnummer van de eigenaar; en
aº. van een kleiner kaliber zijn dan kaliber 12 (18,2 mm);
a. uitsluitend geschikt zijn voor het verschieten van noodsignaalmunitie;
b. zijn vervaardigd van kunststof of lichtmetaal;
c. niet de vorm hebben van een geweer, pistool of revolver;
d. door middel van gravering zijn voorzien van de postcode en het huisnummer van de eigenaar; en
2º. de in het eerste lid genoemde handelingen in directe relatie staan tot het vergroten van de veiligheid aan boord van een vaartuig.
2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
1º. de noodsignaalmiddelen aº. van een kleiner kaliber zijn dan kaliber 12 (18,2 mm);
a. uitsluitend geschikt zijn voor het verschieten van noodsignaalmunitie;
b. zijn vervaardigd van kunststof of lichtmetaal;
c. niet de vorm hebben van een geweer, pistool of revolver;
d. door middel van gravering zijn voorzien van de postcode en het huisnummer van de eigenaar; en
aº. van een kleiner kaliber zijn dan kaliber 12 (18,2 mm);
a. uitsluitend geschikt zijn voor het verschieten van noodsignaalmunitie;
b. zijn vervaardigd van kunststof of lichtmetaal;
c. niet de vorm hebben van een geweer, pistool of revolver;
d. door middel van gravering zijn voorzien van de postcode en het huisnummer van de eigenaar; en
2º. de in het eerste lid genoemde handelingen in directe relatie staan tot het vergroten van de veiligheid aan boord van een vaartuig.