BWBR0008661
Geldig vanaf 1997-04-27
Artikel 5
Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied
1. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen kosten die tijdens de looptijd van een project worden gemaakt, waarbij het totale subsidiebedrag ten minste € 9.075,60 en ten hoogste € 453.780,22 per project bedraagt.
2. Als subsidiabele kosten worden voorts uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende, door de aanvrager aantoonbaar gemaakte en betaalde kosten, voorzover zij noodzakelijk zijn en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de onderdelen van het project waarop de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 11, betrekking heeft: loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project betrokken personeel, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
de loonkosten van het leidinggevend en toezichthoudend personeel, berekend op de wijze van het eerste streepje, indien de aanvrager minder dan 10 werknemers heeft;
de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, of de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, exclusief financieringskosten en winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 50% van de historische aanschafprijzen of van de in totaal verschuldigde lease-termijnen;
kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten verbonden aan het verwerven van onroerende zaken indien die kosten noodzakelijk zijn voor het aanbrengen van voorzieningen of voor inrichtingsactiviteiten van het project, tot een maximum van 50% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten voor planvorming indien deze een integraal onderdeel vormen van het project, tot een maximum van 25% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten voor voorlichting over het project tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten; en
reis- en verblijfkosten en kosten van deelname aan symposia tot een maximum van 15% van de in het eerste streepje bedoelde loonkosten;
kosten voor uitvoering van het project door derden;
loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project betrokken personeel, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
de loonkosten van het leidinggevend en toezichthoudend personeel, berekend op de wijze van het eerste streepje, indien de aanvrager minder dan 10 werknemers heeft;
de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, of de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, exclusief financieringskosten en winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 50% van de historische aanschafprijzen of van de in totaal verschuldigde lease-termijnen;
kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten verbonden aan het verwerven van onroerende zaken indien die kosten noodzakelijk zijn voor het aanbrengen van voorzieningen of voor inrichtingsactiviteiten van het project, tot een maximum van 50% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten voor planvorming indien deze een integraal onderdeel vormen van het project, tot een maximum van 25% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten voor voorlichting over het project tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten; en
reis- en verblijfkosten en kosten van deelname aan symposia tot een maximum van 15% van de in het eerste streepje bedoelde loonkosten;
kosten voor uitvoering van het project door derden;
b. een forfaitaire opslag voor de algemene kosten van 20% van de in onderdeel a, aanhef en onder het eerste streepje, bedoelde loonkosten, indien de aanvrager 10 of meer werknemers in dienst heeft.
3. Indien de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening geen of minder dan 10 werknemers in dienst heeft, komen de kosten voor de door de aanvrager ten behoeve van het project verrichte arbeid in aanmerking voor een vergoeding van € 18,15 per uur.
4. Eveneens als subsidiabele kosten worden, tot een maximum van € 11.344,51 in aanmerking genomen de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder het zevende streepje, ter voorbereiding van een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 8, indien:
a. de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening minder dan 25 werknemers in dienst heeft en
b. de aanvraag tot subsidieverlening is gevolgd door een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 11.
5. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting, indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.
6. Eveneens als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen naar het oordeel van de minister onvoorziene kosten tot een maximum van 5% van de in het tweede en derde lid bedoelde subsidiabele kosten.
2. Als subsidiabele kosten worden voorts uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende, door de aanvrager aantoonbaar gemaakte en betaalde kosten, voorzover zij noodzakelijk zijn en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de onderdelen van het project waarop de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 11, betrekking heeft: loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project betrokken personeel, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
de loonkosten van het leidinggevend en toezichthoudend personeel, berekend op de wijze van het eerste streepje, indien de aanvrager minder dan 10 werknemers heeft;
de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, of de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, exclusief financieringskosten en winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 50% van de historische aanschafprijzen of van de in totaal verschuldigde lease-termijnen;
kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten verbonden aan het verwerven van onroerende zaken indien die kosten noodzakelijk zijn voor het aanbrengen van voorzieningen of voor inrichtingsactiviteiten van het project, tot een maximum van 50% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten voor planvorming indien deze een integraal onderdeel vormen van het project, tot een maximum van 25% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten voor voorlichting over het project tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten; en
reis- en verblijfkosten en kosten van deelname aan symposia tot een maximum van 15% van de in het eerste streepje bedoelde loonkosten;
kosten voor uitvoering van het project door derden;
loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project betrokken personeel, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
de loonkosten van het leidinggevend en toezichthoudend personeel, berekend op de wijze van het eerste streepje, indien de aanvrager minder dan 10 werknemers heeft;
de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, of de aan het project toe te rekenen lease-termijnen, exclusief financieringskosten en winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 50% van de historische aanschafprijzen of van de in totaal verschuldigde lease-termijnen;
kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten verbonden aan het verwerven van onroerende zaken indien die kosten noodzakelijk zijn voor het aanbrengen van voorzieningen of voor inrichtingsactiviteiten van het project, tot een maximum van 50% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten voor planvorming indien deze een integraal onderdeel vormen van het project, tot een maximum van 25% van de totale subsidiabele kosten;
aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
kosten voor voorlichting over het project tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten; en
reis- en verblijfkosten en kosten van deelname aan symposia tot een maximum van 15% van de in het eerste streepje bedoelde loonkosten;
kosten voor uitvoering van het project door derden;
b. een forfaitaire opslag voor de algemene kosten van 20% van de in onderdeel a, aanhef en onder het eerste streepje, bedoelde loonkosten, indien de aanvrager 10 of meer werknemers in dienst heeft.
3. Indien de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening geen of minder dan 10 werknemers in dienst heeft, komen de kosten voor de door de aanvrager ten behoeve van het project verrichte arbeid in aanmerking voor een vergoeding van € 18,15 per uur.
4. Eveneens als subsidiabele kosten worden, tot een maximum van € 11.344,51 in aanmerking genomen de kosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder het zevende streepje, ter voorbereiding van een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 8, indien:
a. de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening minder dan 25 werknemers in dienst heeft en
b. de aanvraag tot subsidieverlening is gevolgd door een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 11.
5. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting, indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.
6. Eveneens als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen naar het oordeel van de minister onvoorziene kosten tot een maximum van 5% van de in het tweede en derde lid bedoelde subsidiabele kosten.