BWBR0008661
Geldig vanaf 1997-04-27
Artikel 14
Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied
1. De subsidieontvanger voert het project uit:
a. overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft, behoudens goedgekeurde wijzigingen van het project als bedoeld in het tweede lid en
b. binnen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, waarbij uiterlijk in het jaar volgend op het jaar waarin de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd, een aanvang wordt gemaakt met de uitvoering.
2. Wijzigingen in het projectplan gedurende de looptijd van het project zijn toegestaan, mits:
a. deze geen wijzigingen ten aanzien van de doelstelling van het project betreffen en
b. deze voorafgaand zijn gemeld aan Dienst Regelingen en zijn goedgekeurd door de minister. De minister deelt de subsidieontvanger mede of en in welke mate de wijziging van het projectplan gevolgen heeft voor de verleende subsidie of voor de bij de verlening van de subsidie vastgestelde verplichtingen.
3. Een wijziging als bedoeld in het tweede lid kan geen verhoging tot gevolg hebben van het bedrag van de subsidie of het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.
4. Indien de projectduur langer dan één jaar is, rapporteert de subsidieontvanger halverwege de projectduur in de vorm van een tussenverslag omtrent de voortgang van het project op een door de minister te bepalen wijze. Dit verslag bestaat ten minste uit een beschrijving van:
a. de activiteiten die tot dan toe in het kader van het project zijn verricht en
b. de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen.
5. De subsidieontvanger is verplicht de kennis en informatie die met het project worden opgedaan, onmiddellijk na afloop van het project openbaar te maken.
6. De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 5, tweede en derde lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten en de kosten voor eigen arbeid een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording aanwezig is.
a. overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft, behoudens goedgekeurde wijzigingen van het project als bedoeld in het tweede lid en
b. binnen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, waarbij uiterlijk in het jaar volgend op het jaar waarin de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd, een aanvang wordt gemaakt met de uitvoering.
2. Wijzigingen in het projectplan gedurende de looptijd van het project zijn toegestaan, mits:
a. deze geen wijzigingen ten aanzien van de doelstelling van het project betreffen en
b. deze voorafgaand zijn gemeld aan Dienst Regelingen en zijn goedgekeurd door de minister. De minister deelt de subsidieontvanger mede of en in welke mate de wijziging van het projectplan gevolgen heeft voor de verleende subsidie of voor de bij de verlening van de subsidie vastgestelde verplichtingen.
3. Een wijziging als bedoeld in het tweede lid kan geen verhoging tot gevolg hebben van het bedrag van de subsidie of het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.
4. Indien de projectduur langer dan één jaar is, rapporteert de subsidieontvanger halverwege de projectduur in de vorm van een tussenverslag omtrent de voortgang van het project op een door de minister te bepalen wijze. Dit verslag bestaat ten minste uit een beschrijving van:
a. de activiteiten die tot dan toe in het kader van het project zijn verricht en
b. de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen.
5. De subsidieontvanger is verplicht de kennis en informatie die met het project worden opgedaan, onmiddellijk na afloop van het project openbaar te maken.
6. De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 5, tweede en derde lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten en de kosten voor eigen arbeid een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording aanwezig is.