BWBR0008661
Geldig vanaf 1997-04-27
Artikel 16
Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied
1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen vier maanden na afloop van het project ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een activiteitenverslag dat ten minste bestaat uit een beschrijving van: de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen;
de kennis en informatie die bij het project zijn opgedaan, en
de wijze waarop deze kennis en informatie openbaar is of zal worden gemaakt;
de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen;
de kennis en informatie die bij het project zijn opgedaan, en
de wijze waarop deze kennis en informatie openbaar is of zal worden gemaakt;
b. een financieel verslag, bestaande uit een rekening en een verklaring van een accountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen.
3. De accountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het in de bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een activiteitenverslag dat ten minste bestaat uit een beschrijving van: de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen;
de kennis en informatie die bij het project zijn opgedaan, en
de wijze waarop deze kennis en informatie openbaar is of zal worden gemaakt;
de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen;
de kennis en informatie die bij het project zijn opgedaan, en
de wijze waarop deze kennis en informatie openbaar is of zal worden gemaakt;
b. een financieel verslag, bestaande uit een rekening en een verklaring van een accountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen.
3. De accountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het in de bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.