BWBR0008657
Geldig vanaf 2014-07-02
Artikel 2:17
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
1. Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning als de jonggehandicapte niet in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen.
2. Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel b, geen recht op arbeidsondersteuning meer bestaat omdat op de persoon die recht had op arbeidsondersteuning één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, b, c, d of fvan toepassing waren, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
3. Indien het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel c, herleeft het recht op arbeidsondersteuning op aanvraag van de jonggehandicapte indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2:11voordoet. Het recht op arbeidsondersteuning herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd.
2. Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel b, geen recht op arbeidsondersteuning meer bestaat omdat op de persoon die recht had op arbeidsondersteuning één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, b, c, d of fvan toepassing waren, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
3. Indien het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel c, herleeft het recht op arbeidsondersteuning op aanvraag van de jonggehandicapte indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2:11voordoet. Het recht op arbeidsondersteuning herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd.