BWBR0008589
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 39
Kaderwet dienstplicht
1. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, kunnen de paragrafen 3 en 5 van hoofdstuk 1, met uitzondering van artikel 19, derde lid, alsmede de hoofdstukken 2en 3, met uitzondering van de artikelen 27, derde lid, 35, 37en 38, worden opgeschort. Bij dat besluit kan de opschorting voor de verschillende hoofdstukken, paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan op verschillende tijdstippen worden gesteld.
2. Het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd en treedt niet in werking dan nadat twee weken na de overlegging zijn verstreken. Indien een van de kamers daartegen overwegende bezwaren te kennen heeft gegeven, wordt het besluit ingetrokken.
3. De opschorting is niet van toepassing bij de oproeping van dienstplichtigen als bedoeld in artikel 64.
2. Het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd en treedt niet in werking dan nadat twee weken na de overlegging zijn verstreken. Indien een van de kamers daartegen overwegende bezwaren te kennen heeft gegeven, wordt het besluit ingetrokken.
3. De opschorting is niet van toepassing bij de oproeping van dienstplichtigen als bedoeld in artikel 64.