BWBR0008589
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 36
Kaderwet dienstplicht
1. Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:
a. degene die niet voldoet aan de ingevolge artikel 6 op deze persoon rustende verplichtingen;
b. degene die ingevolge deze wet voor de werkelijke dienst is opgeroepen en niet verschijnt op tijd en plaats bij dat deel van de krijgsmacht, waarbij degene is ingedeeld, tenzij degene zulks niet valt toe te rekenen.
2. Opzettelijke overtreding van het bepaalde bij het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. Overtreding in buitengewone omstandigheden van het bepaalde bij het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie. <a href="/wet/BWBR0001869/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 71a van het Wetboek van Militair Strafrecht</a>is van overeenkomstige toepassing.
a. degene die niet voldoet aan de ingevolge artikel 6 op deze persoon rustende verplichtingen;
b. degene die ingevolge deze wet voor de werkelijke dienst is opgeroepen en niet verschijnt op tijd en plaats bij dat deel van de krijgsmacht, waarbij degene is ingedeeld, tenzij degene zulks niet valt toe te rekenen.
2. Opzettelijke overtreding van het bepaalde bij het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. Overtreding in buitengewone omstandigheden van het bepaalde bij het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie. <a href="/wet/BWBR0001869/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 71a van het Wetboek van Militair Strafrecht</a>is van overeenkomstige toepassing.