BWBR0008589
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 20
Kaderwet dienstplicht
1. Onverminderd de <a href="/wet/BWBR0007981/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 7, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0007981/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden</a>kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 19, eerste lid, in werking worden gesteld.
2. Wanneer het besluit, bedoeld in het eerste lid, is genomen wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden omtrent het voortduren van de werking van artikel 19, eerste lid.
3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 19, eerste lid, onverwijld buiten werking gesteld.
4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, kan artikel 19, eerste lid, buiten werking worden gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het <em>Staatsblad</em>.
2. Wanneer het besluit, bedoeld in het eerste lid, is genomen wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden omtrent het voortduren van de werking van artikel 19, eerste lid.
3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 19, eerste lid, onverwijld buiten werking gesteld.
4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, kan artikel 19, eerste lid, buiten werking worden gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het <em>Staatsblad</em>.