BWBR0008587
Geldig vanaf 2022-12-19
Artikel 6.1
Arbeidsomstandighedenregeling
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
– aangedreven gereedschappen: arbeidsmiddelen die pneumatisch, hydraulisch, mechanisch of elektrisch dan wel via munitie worden aangedreven en aanvullend bewustzijn vereisen voor de duikploeg en van de duiker ten aanzien van veiligheidsmaatregelen voor zichzelf dan wel voor zijn omgeving aan de oppervlakte, in het water en tijdens de duikarbeid;
– geconditioneerde omstandigheden: omgeving waar op voorhand met behulp van een risicoanalyse ingeschat kan worden dat er geen sprake zal zijn van een voorzienbare kans dat de duiker in moeilijkheden zal geraken tijdens de duikarbeid en waarbij ten minste wordt voldaan aan elk van de volgende criteria: a. de maximaal bereikbare diepte bedraagt 9 meter;
b. het onderwaterzicht bedraagt ten minste 4 meter, indien de omvang van de betreffende faciliteit dit mogelijk maakt;
c. de stroomsnelheid bedraagt maximaal 0,5 meter per seconde; en
d. er is te allen tijde de mogelijkheid tot vrije opstijging;
a. de maximaal bereikbare diepte bedraagt 9 meter;
b. het onderwaterzicht bedraagt ten minste 4 meter, indien de omvang van de betreffende faciliteit dit mogelijk maakt;
c. de stroomsnelheid bedraagt maximaal 0,5 meter per seconde; en
d. er is te allen tijde de mogelijkheid tot vrije opstijging;
– gesloten duikklok: een afzinkbare kamer, afsluitbaar door middel van één of twee deuren, bedoeld voor het transport van duikers tussen de onder water gelegen werkplek en de aan de oppervlakte gesitueerde compressiekamer;
– hogedrukluchtvoorziening vanaf de oppervlakte: luchtvoorziening vanaf de oppervlakte die gekoppeld wordt aan de meegedragen SCUBA ademgasvoorziening en waarbij de ademlucht pas bij de meegedragen ademgasvoorziening, niet zijnde een ademgasvoorziening als bedoeld bij SSE, wordt gereduceerd tot lage druk;
– lichte werkzaamheden: werkzaamheden uitgevoerd tijdens duikarbeid met niet aangedreven gereedschappen;
– niet aangedreven gereedschappen: arbeidsmiddelen die met de hand worden ingezet en enkel door middel van het inzetten van spierkracht het beoogde effect realiseren;
– no-deco duiktijd: tijdsduur waarbij op basis van duikdiepte en duiktijd geen decompressiestop is benodigd;
– open duikklok: open duikklok die is voorzien van een droge ruimte gevuld met ademlucht waar geademd kan worden;
– scopecategorie: een groepering van scopes op basis van gedeelde kenmerken, waarbij de volgende scopecategorieën worden onderscheiden: a. scopecategorie A, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, en het derde lid, onderdelen a tot en met c, die zich kenmerken door lichte werkzaamheden zonder aangedreven gereedschappen waarbij voornamelijk mobiliteit van de duiker van belang is voor zijn werkzaamheden;
b. scopecategorie B, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen e tot en met g, en het derde lid, onderdelen d tot en met f, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker voornamelijk statisch zijn werkzaamheden uitvoert; en
c. scopecategorie C, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdeel h, en het vierde lid, onderdeel g, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker vanuit een gesloten duikklok gebruik maakt van ademgassen die ten behoeve van het ademen op grotere dieptes samengesteld zijn;
a. scopecategorie A, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, en het derde lid, onderdelen a tot en met c, die zich kenmerken door lichte werkzaamheden zonder aangedreven gereedschappen waarbij voornamelijk mobiliteit van de duiker van belang is voor zijn werkzaamheden;
b. scopecategorie B, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen e tot en met g, en het derde lid, onderdelen d tot en met f, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker voornamelijk statisch zijn werkzaamheden uitvoert; en
c. scopecategorie C, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdeel h, en het vierde lid, onderdeel g, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker vanuit een gesloten duikklok gebruik maakt van ademgassen die ten behoeve van het ademen op grotere dieptes samengesteld zijn;
– SCUBA: Self Contained Underwater Breathing Apparatus, zijnde een verzamelnaam voor duikmaterieel dat zich kenmerkt door ademgasvoorziening vanuit cilinders die door de duiker meegedragen worden;
– SSE: Surface Supplied Equipment, zijnde een verzamelnaam voor duiksystemen die standaard voorzien zijn van ademgasvoorziening vanaf de oppervlakte, waarbij een of meer duikers aangesloten zijn op een duikpaneel, en die geschikt zijn voor de uitvoering van zware werkzaamheden in de scopecategorie B;
– zware werkzaamheden: werkzaamheden uitgevoerd tijdens duikarbeid waarbij de omstandigheden, de aard van de werkzaamheden of het gebruik van aangedreven gereedschappen leiden tot aanvullende risico's welke gemitigeerd worden door het gebruik van een SSE duikuitrusting.
2. Een duiker is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid of in het Register duikarbeid brandweer en politie, en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duiker, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39678), voor de scope:
a. A9, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting tot een diepte van 9 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden, onder geconditioneerde omstandigheden;
b. A15, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting, tot een diepte van 15 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden;
c. A15OLV, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting met aansluiting op een hogedrukluchtvoorziening vanaf de oppervlakte, tot een diepte van 15 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden;
d. A30, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting tot en met een diepte van 30 meter;
e. B30, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 30 meter;
f. B50R, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 50 meter;
g. B50, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een open duikklok, tot en met een diepte van 50 meter; en
h. C, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een gesloten duikklok.
3. Een duiker die is geregistreerd voor de scope A30, B50R of B50 kan, in afwijking van het tweede lid, bij het verrichten van werkzaamheden die vallen binnen de scope waarvoor hij is geregistreerd, in incidentele gevallen dieper duiken dan de maximale diepte die is gekoppeld aan de betreffende scope, mits wordt voldaan aan de voorwaarden in paragraaf 5.8 van het registratieschema, genoemd in het tweede lid.
4. Een duikploegleider is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid of in het Register duikarbeid brandweer en politie, en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duikploegleider, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39683), voor de scope:
a. A9, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van lichte werkzaamheden met een SCUBA duikuitrusting tot een diepte van 9 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden, onder geconditioneerde omstandigheden;
b. A15, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van lichte werkzaamheden met een SCUBA duikuitrusting tot een diepte van 15 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden;
c. A30, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van lichte werkzaamheden met een SCUBA duikuitrusting tot en met een diepte van 30 meter;
d. B30, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 30 meter;
e. B50R, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 50 meter;
f. B50, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een open duikklok, tot en met een diepte van 50 meter; en
g. C, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een gesloten duikklok.
5. Een duikploegleider mag leiding geven aan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, waarbij gebruik wordt gemaakt van een aansluiting op een hogedrukluchtvoorziening vanaf de oppervlakte, indien hij is geregistreerd voor een of meer van de scopes, genoemd in het vierde lid, onderdelen b tot en met g, en bij deze registratie of herregistratie tevens de aantekening ‘A15OLV’ is geregistreerd.
6. De aantekening, bedoeld in het vijfde lid, wordt geregistreerd indien is voldaan aan de daarvoor geldende eisen in het registratieschema, genoemd in het vierde lid.
7. Een duiker die is geregistreerd voor een van de scopes, genoemd in het tweede lid, mag naast de duikarbeid die valt binnen de betreffende scope tevens duikarbeid verrichten die valt binnen de scopes, genoemd in de onderdelen van het tweede lid die voorafgaan aan het onderdeel dat betrekking heeft op de scope waarin de duiker is geregistreerd, met uitzondering van scope A15OLV. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op een duikploegleider die is geregistreerd voor een van de scopes, genoemd in het vierde lid.
8. Een duikmedisch begeleider is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid of in het Register duikarbeid brandweer en politie, en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duikmedisch begeleider, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39685), voor de scope:
a. B1, indien hij medische begeleiding uitvoert bij duikarbeid in de duikerscopes A9, A15 en A15OLV binnen de grenzen van no-deco duiktijden; en
b. B2, indien hij medische begeleiding uitvoert bij duikarbeid in de duikerscopes A30 en de scopecategorieën B en C.
9. Een duikerarts is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duikerarts, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39687), voor de scope:
a. duikerarts A, indien hij arbeidsgezondheidskundige onderzoeken als bedoeld in artikel 6.14a, tweede lid, van het besluit uitvoert die niet voortkomen uit een wijziging in de lichamelijke of geestelijke toestand van de persoon die wordt onderzocht; en
b. duikerarts B, indien hij arbeidsgezondheidskundige onderzoeken als bedoeld in artikel 6.14a, eerste, tweede en zesde lid, van het besluit uitvoert.
10. Dit artikel is niet van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel.
– aangedreven gereedschappen: arbeidsmiddelen die pneumatisch, hydraulisch, mechanisch of elektrisch dan wel via munitie worden aangedreven en aanvullend bewustzijn vereisen voor de duikploeg en van de duiker ten aanzien van veiligheidsmaatregelen voor zichzelf dan wel voor zijn omgeving aan de oppervlakte, in het water en tijdens de duikarbeid;
– geconditioneerde omstandigheden: omgeving waar op voorhand met behulp van een risicoanalyse ingeschat kan worden dat er geen sprake zal zijn van een voorzienbare kans dat de duiker in moeilijkheden zal geraken tijdens de duikarbeid en waarbij ten minste wordt voldaan aan elk van de volgende criteria: a. de maximaal bereikbare diepte bedraagt 9 meter;
b. het onderwaterzicht bedraagt ten minste 4 meter, indien de omvang van de betreffende faciliteit dit mogelijk maakt;
c. de stroomsnelheid bedraagt maximaal 0,5 meter per seconde; en
d. er is te allen tijde de mogelijkheid tot vrije opstijging;
a. de maximaal bereikbare diepte bedraagt 9 meter;
b. het onderwaterzicht bedraagt ten minste 4 meter, indien de omvang van de betreffende faciliteit dit mogelijk maakt;
c. de stroomsnelheid bedraagt maximaal 0,5 meter per seconde; en
d. er is te allen tijde de mogelijkheid tot vrije opstijging;
– gesloten duikklok: een afzinkbare kamer, afsluitbaar door middel van één of twee deuren, bedoeld voor het transport van duikers tussen de onder water gelegen werkplek en de aan de oppervlakte gesitueerde compressiekamer;
– hogedrukluchtvoorziening vanaf de oppervlakte: luchtvoorziening vanaf de oppervlakte die gekoppeld wordt aan de meegedragen SCUBA ademgasvoorziening en waarbij de ademlucht pas bij de meegedragen ademgasvoorziening, niet zijnde een ademgasvoorziening als bedoeld bij SSE, wordt gereduceerd tot lage druk;
– lichte werkzaamheden: werkzaamheden uitgevoerd tijdens duikarbeid met niet aangedreven gereedschappen;
– niet aangedreven gereedschappen: arbeidsmiddelen die met de hand worden ingezet en enkel door middel van het inzetten van spierkracht het beoogde effect realiseren;
– no-deco duiktijd: tijdsduur waarbij op basis van duikdiepte en duiktijd geen decompressiestop is benodigd;
– open duikklok: open duikklok die is voorzien van een droge ruimte gevuld met ademlucht waar geademd kan worden;
– scopecategorie: een groepering van scopes op basis van gedeelde kenmerken, waarbij de volgende scopecategorieën worden onderscheiden: a. scopecategorie A, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, en het derde lid, onderdelen a tot en met c, die zich kenmerken door lichte werkzaamheden zonder aangedreven gereedschappen waarbij voornamelijk mobiliteit van de duiker van belang is voor zijn werkzaamheden;
b. scopecategorie B, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen e tot en met g, en het derde lid, onderdelen d tot en met f, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker voornamelijk statisch zijn werkzaamheden uitvoert; en
c. scopecategorie C, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdeel h, en het vierde lid, onderdeel g, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker vanuit een gesloten duikklok gebruik maakt van ademgassen die ten behoeve van het ademen op grotere dieptes samengesteld zijn;
a. scopecategorie A, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, en het derde lid, onderdelen a tot en met c, die zich kenmerken door lichte werkzaamheden zonder aangedreven gereedschappen waarbij voornamelijk mobiliteit van de duiker van belang is voor zijn werkzaamheden;
b. scopecategorie B, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdelen e tot en met g, en het derde lid, onderdelen d tot en met f, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker voornamelijk statisch zijn werkzaamheden uitvoert; en
c. scopecategorie C, bestaande uit de scopes, genoemd in het tweede lid, onderdeel h, en het vierde lid, onderdeel g, die zich kenmerken door zware werkzaamheden waarbij de duiker vanuit een gesloten duikklok gebruik maakt van ademgassen die ten behoeve van het ademen op grotere dieptes samengesteld zijn;
– SCUBA: Self Contained Underwater Breathing Apparatus, zijnde een verzamelnaam voor duikmaterieel dat zich kenmerkt door ademgasvoorziening vanuit cilinders die door de duiker meegedragen worden;
– SSE: Surface Supplied Equipment, zijnde een verzamelnaam voor duiksystemen die standaard voorzien zijn van ademgasvoorziening vanaf de oppervlakte, waarbij een of meer duikers aangesloten zijn op een duikpaneel, en die geschikt zijn voor de uitvoering van zware werkzaamheden in de scopecategorie B;
– zware werkzaamheden: werkzaamheden uitgevoerd tijdens duikarbeid waarbij de omstandigheden, de aard van de werkzaamheden of het gebruik van aangedreven gereedschappen leiden tot aanvullende risico's welke gemitigeerd worden door het gebruik van een SSE duikuitrusting.
2. Een duiker is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid of in het Register duikarbeid brandweer en politie, en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duiker, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39678), voor de scope:
a. A9, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting tot een diepte van 9 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden, onder geconditioneerde omstandigheden;
b. A15, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting, tot een diepte van 15 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden;
c. A15OLV, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting met aansluiting op een hogedrukluchtvoorziening vanaf de oppervlakte, tot een diepte van 15 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden;
d. A30, indien hij lichte werkzaamheden uitvoert met een SCUBA duikuitrusting tot en met een diepte van 30 meter;
e. B30, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 30 meter;
f. B50R, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 50 meter;
g. B50, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een open duikklok, tot en met een diepte van 50 meter; en
h. C, indien hij zware werkzaamheden uitvoert met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een gesloten duikklok.
3. Een duiker die is geregistreerd voor de scope A30, B50R of B50 kan, in afwijking van het tweede lid, bij het verrichten van werkzaamheden die vallen binnen de scope waarvoor hij is geregistreerd, in incidentele gevallen dieper duiken dan de maximale diepte die is gekoppeld aan de betreffende scope, mits wordt voldaan aan de voorwaarden in paragraaf 5.8 van het registratieschema, genoemd in het tweede lid.
4. Een duikploegleider is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid of in het Register duikarbeid brandweer en politie, en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duikploegleider, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39683), voor de scope:
a. A9, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van lichte werkzaamheden met een SCUBA duikuitrusting tot een diepte van 9 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden, onder geconditioneerde omstandigheden;
b. A15, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van lichte werkzaamheden met een SCUBA duikuitrusting tot een diepte van 15 meter, binnen de grenzen van no-deco duiktijden;
c. A30, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van lichte werkzaamheden met een SCUBA duikuitrusting tot en met een diepte van 30 meter;
d. B30, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 30 meter;
e. B50R, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, tot en met een diepte van 50 meter;
f. B50, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een open duikklok, tot en met een diepte van 50 meter; en
g. C, indien hij leiding geeft aan de uitvoering van zware werkzaamheden met een SSE duikuitrusting, inclusief het duiken vanuit een gesloten duikklok.
5. Een duikploegleider mag leiding geven aan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, waarbij gebruik wordt gemaakt van een aansluiting op een hogedrukluchtvoorziening vanaf de oppervlakte, indien hij is geregistreerd voor een of meer van de scopes, genoemd in het vierde lid, onderdelen b tot en met g, en bij deze registratie of herregistratie tevens de aantekening ‘A15OLV’ is geregistreerd.
6. De aantekening, bedoeld in het vijfde lid, wordt geregistreerd indien is voldaan aan de daarvoor geldende eisen in het registratieschema, genoemd in het vierde lid.
7. Een duiker die is geregistreerd voor een van de scopes, genoemd in het tweede lid, mag naast de duikarbeid die valt binnen de betreffende scope tevens duikarbeid verrichten die valt binnen de scopes, genoemd in de onderdelen van het tweede lid die voorafgaan aan het onderdeel dat betrekking heeft op de scope waarin de duiker is geregistreerd, met uitzondering van scope A15OLV. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op een duikploegleider die is geregistreerd voor een van de scopes, genoemd in het vierde lid.
8. Een duikmedisch begeleider is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid of in het Register duikarbeid brandweer en politie, en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duikmedisch begeleider, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39685), voor de scope:
a. B1, indien hij medische begeleiding uitvoert bij duikarbeid in de duikerscopes A9, A15 en A15OLV binnen de grenzen van no-deco duiktijden; en
b. B2, indien hij medische begeleiding uitvoert bij duikarbeid in de duikerscopes A30 en de scopecategorieën B en C.
9. Een duikerarts is in het bezit van een bewijs van registratie of herregistratie in het Register civiele duikarbeid en is geregistreerd op basis van het Registratieschema duikerarts, zoals vastgesteld door het bestuur van de Stichting Werken Onder Overdruk op 1 oktober 2024en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2024 (Stcrt. 2024, 39687), voor de scope:
a. duikerarts A, indien hij arbeidsgezondheidskundige onderzoeken als bedoeld in artikel 6.14a, tweede lid, van het besluit uitvoert die niet voortkomen uit een wijziging in de lichamelijke of geestelijke toestand van de persoon die wordt onderzocht; en
b. duikerarts B, indien hij arbeidsgezondheidskundige onderzoeken als bedoeld in artikel 6.14a, eerste, tweede en zesde lid, van het besluit uitvoert.
10. Dit artikel is niet van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel.