BWBR0008587
Geldig vanaf 2022-12-19
Artikel 4.16a
Arbeidsomstandighedenregeling
1. <a href="/wet/BWBR0008498/artikel/4.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 4.8, tweede lid, van het besluit</a>is niet van toepassing op arbeid waarbij wordt gewerkt met munitie van de categorieën II of III als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008804/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, tweede lid, van de Wet wapens en munitie</a>, voor zover het gaat om arbeid verricht door anderen dan defensiepersoneel.
2. <a href="/wet/BWBR0008498/artikel/4.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 4.8, tweede lid, van het besluit</a>is voorts niet van toepassing op de volgende personen, voor zover zij over voldoende kennis, ervaring en vaardigheden beschikken om de genoemde werkzaamheden veilig uit te voeren:
a. politiemedewerkers werkzaam bij de Dienst Speciale Interventies die bij de uitvoering van hun taken explosieven gebruiken;
b. politiemedewerkers die optreden als begeleider of trainer van politiespeurhonden als bedoeld in artikel 23, onder c, van het Besluit bewapening en uitrusting politie, wanneer zij politiespeurhonden trainen in het herkennen van explosieve stoffen;
c. medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut die onderzoek verrichten aan kleine hoeveelheden explosieven die reeds onschadelijk zijn gemaakt.
2. <a href="/wet/BWBR0008498/artikel/4.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 4.8, tweede lid, van het besluit</a>is voorts niet van toepassing op de volgende personen, voor zover zij over voldoende kennis, ervaring en vaardigheden beschikken om de genoemde werkzaamheden veilig uit te voeren:
a. politiemedewerkers werkzaam bij de Dienst Speciale Interventies die bij de uitvoering van hun taken explosieven gebruiken;
b. politiemedewerkers die optreden als begeleider of trainer van politiespeurhonden als bedoeld in artikel 23, onder c, van het Besluit bewapening en uitrusting politie, wanneer zij politiespeurhonden trainen in het herkennen van explosieve stoffen;
c. medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut die onderzoek verrichten aan kleine hoeveelheden explosieven die reeds onschadelijk zijn gemaakt.