BWBR0008511
Geldig vanaf 1997-03-01
Artikel 7
Lozingenbesluit Wvo bodemsanering en proefbronnering
1. Degene die loost ten behoeve van een bodemsanering draagt er zorg voor dat het gehalte aan een andere stof dan genoemd in bijlage Izodanig is, dat de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk worden beperkt en de doelmatige werking van het zuiveringstechnische werk niet wordt belemmerd.
2. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid; daarbij kan slechts worden voorgeschreven:
a. dat het verontreinigde grondwater voorafgaand aan het lozen door een zuiveringsvoorziening wordt geleid, of
b. dat het gehalte aan die stof bij het lozen een bepaalde waarde niet mag overschrijden, of
c. dat het gehalte aan die stof wordt bepaald met een daarbij aan te geven meetfrequentie, meetvoorschrift of analysemethode.
2. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid; daarbij kan slechts worden voorgeschreven:
a. dat het verontreinigde grondwater voorafgaand aan het lozen door een zuiveringsvoorziening wordt geleid, of
b. dat het gehalte aan die stof bij het lozen een bepaalde waarde niet mag overschrijden, of
c. dat het gehalte aan die stof wordt bepaald met een daarbij aan te geven meetfrequentie, meetvoorschrift of analysemethode.