BWBR0008476
Geldig vanaf 1997-01-18
Artikel 6
Regeling maatregelen sector OenW
1. De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de vierde categorie van de bijlage: 20% gedurende 16 weken.
2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene daartoe naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.
3. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 3, van de bijlage:
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de betrokkene onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de betrokkene deze opleiding of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. Gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de betrokkene blijft volharden in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting.
4. Onder baanzekerheid als in het derde lid bedoeld wordt verstaan een baangarantie of een zodanige kans op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een baangarantie.
2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene daartoe naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.
3. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 3, van de bijlage:
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de betrokkene onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de betrokkene deze opleiding of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. Gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de betrokkene blijft volharden in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting.
4. Onder baanzekerheid als in het derde lid bedoeld wordt verstaan een baangarantie of een zodanige kans op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een baangarantie.