BWBR0008404
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 9
Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten
1. Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
b. indien hij de projectkosten raamt op minder dan een bij regeling van Onze Minister vastgesteld bedrag;
c. indien subsidieverlening in strijd zou zijn met bij regeling van Onze Minister vastgestelde regels omtrent een evenwichtige spreiding over grotere en kleinere ondernemingen van de deelnemers in een samenwerkingsverband dan wel betrokkenen bij een samenwerkingsproject als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b;
d. indien hij het onaannemelijk acht, dat het project binnen vier jaren kan worden uitgevoerd;
e. indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het project niet kunnen financieren;
f. voorzover subsidieverlening in strijd zou zijn met bij regeling van Onze Minister vastgestelde regels omtrent de mate waarin aan aanvragers meerdere malen subsidie kan worden verleend op grond van dit besluit.
2. Onze Minister kan, indien vooralsnog onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van een samenwerkingsproject, de aanvraag gedeeltelijk afwijzen, met dien verstande dat subsidie wordt verleend ter zake van de projectkosten verbonden aan de uitvoering van een eerste fase van het project, gedurende een in de beschikking tot subsidieverlening te vermelden periode.
a. indien de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
b. indien hij de projectkosten raamt op minder dan een bij regeling van Onze Minister vastgesteld bedrag;
c. indien subsidieverlening in strijd zou zijn met bij regeling van Onze Minister vastgestelde regels omtrent een evenwichtige spreiding over grotere en kleinere ondernemingen van de deelnemers in een samenwerkingsverband dan wel betrokkenen bij een samenwerkingsproject als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b;
d. indien hij het onaannemelijk acht, dat het project binnen vier jaren kan worden uitgevoerd;
e. indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het project niet kunnen financieren;
f. voorzover subsidieverlening in strijd zou zijn met bij regeling van Onze Minister vastgestelde regels omtrent de mate waarin aan aanvragers meerdere malen subsidie kan worden verleend op grond van dit besluit.
2. Onze Minister kan, indien vooralsnog onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van een samenwerkingsproject, de aanvraag gedeeltelijk afwijzen, met dien verstande dat subsidie wordt verleend ter zake van de projectkosten verbonden aan de uitvoering van een eerste fase van het project, gedurende een in de beschikking tot subsidieverlening te vermelden periode.