BWBR0008404
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3
Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten
1. De subsidie bedraagt 25 procent van de projectkosten, indien het samenwerkingsproject uitsluitend bestaat uit preconcurrentiële ontwikkeling, of bestaat uit zowel preconcurrentiële ontwikkeling als fundamenteel of industrieel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister per categorie samenwerkingsprojecten vast te stellen bedrag.
2. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten, indien het samenwerkingsproject uitsluitend bestaat uit fundamenteel of industrieel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister per categorie samenwerkingsprojecten vast te stellen bedrag.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde percentages worden verhoogd met 10 procent, indien subsidie verstrekt wordt aan deelnemers in een samenwerkingsverband:
a. voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door een deelnemer die: 1°. een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 70);
2°. een kennisinstituut is, of
1°. een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 70);
2°. een kennisinstituut is, of
b. indien ten minste één deelnemer in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland is gevestigd en niet behoort tot een groep van een in Nederland gevestigde deelnemer.
4. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende percentage van de projectkosten.
2. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten, indien het samenwerkingsproject uitsluitend bestaat uit fundamenteel of industrieel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister per categorie samenwerkingsprojecten vast te stellen bedrag.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde percentages worden verhoogd met 10 procent, indien subsidie verstrekt wordt aan deelnemers in een samenwerkingsverband:
a. voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door een deelnemer die: 1°. een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 70);
2°. een kennisinstituut is, of
1°. een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 70);
2°. een kennisinstituut is, of
b. indien ten minste één deelnemer in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland is gevestigd en niet behoort tot een groep van een in Nederland gevestigde deelnemer.
4. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende percentage van de projectkosten.