BWBR0008374
Geldig vanaf 1996-12-19
Artikel 11
Regeling vergunning tot vluchtuitvoering
1. De vergunninghouder die vanaf 1 oktober 2000 verkeersvluchten met vliegtuigen wenst uit te voeren die vallen onder een of meer van de volgende criteria dient uiterlijk 1 mei 2000 een aanvraag in voor wijziging van de vergunning:
a. IFR-vluchten;
b. VFR-vluchten bij nacht;
c. vluchten met vliegtuigen met een maximum toegelaten startmassa tussen 5.700 kg en 10 ton dan wel met meer dan 9 zitplaatsen voor passagiers, of
d. vluchten met vliegtuigen niet zijnde propellervliegtuigen met ten hoogste 9 zitplaatsen voor passagiers dan wel met een maximum toegelaten startmassa van 5.700 kg of minder.
2. De vergunninghouder die vanaf 1 augustus 2000 verkeersvluchten met helikopters wenst uit te voeren die vallen onder een of meer van de volgende criteria dient uiterlijk 1 maart 2000 een aanvraag in voor wijziging van de vergunning:
a. IFR-vluchten;
b. VFR-vluchten bij dag met helikopters met een maximaal toegelaten startmassa van meer dan 2.730 kg dan wel met meer dan 9 zitplaatsen voor passagiers;
c. VFR-rondvluchten buiten een afstand van 20 zeemijlen van het vertrekpunt;
d. vluchten over routes niet genavigeerd aan de hand van visuele landkenmerken;
e. VFR-vluchten bij nacht;
f. HEMS-vluchten, of
g. vluchten over gebieden waar geen veilige noodlanding gemaakt kan worden.
3. De vergunninghouder die vanaf 1 juli 2001 verkeersvluchten met helikopters wenst uit te voeren anders dan bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk 1 april 2001 een aanvraag in voor wijziging van de vergunning.
4. Bij de aanvraag bedoeld in de voorgaande leden toont de aanvrager in afwijking op artikel 7, tweede lid, aan voor zover het betreft vluchten met vliegtuigen respectievelijk helikopters:
a. te zullen voldoen aan alle op hem toepasselijke voorschriften van JAR-OPS 1 respectievelijk JAR-OPS 3; en
b. de hem opgelegde verplichtingen bij of krachtens Hoofdstuk V van de Regeling Toezicht Luchtvaart te zullen nakomen voor zover hier niet in overeenstemming met het schema van de bijlage voorschriften van JAR-OPS 1 respectievelijk JAR-OPS 3 in de plaats zijn gekomen.
5. De wijziging van de vergunning laat de termijn van geldigheid, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 10, eerste lid, onverlet.
a. IFR-vluchten;
b. VFR-vluchten bij nacht;
c. vluchten met vliegtuigen met een maximum toegelaten startmassa tussen 5.700 kg en 10 ton dan wel met meer dan 9 zitplaatsen voor passagiers, of
d. vluchten met vliegtuigen niet zijnde propellervliegtuigen met ten hoogste 9 zitplaatsen voor passagiers dan wel met een maximum toegelaten startmassa van 5.700 kg of minder.
2. De vergunninghouder die vanaf 1 augustus 2000 verkeersvluchten met helikopters wenst uit te voeren die vallen onder een of meer van de volgende criteria dient uiterlijk 1 maart 2000 een aanvraag in voor wijziging van de vergunning:
a. IFR-vluchten;
b. VFR-vluchten bij dag met helikopters met een maximaal toegelaten startmassa van meer dan 2.730 kg dan wel met meer dan 9 zitplaatsen voor passagiers;
c. VFR-rondvluchten buiten een afstand van 20 zeemijlen van het vertrekpunt;
d. vluchten over routes niet genavigeerd aan de hand van visuele landkenmerken;
e. VFR-vluchten bij nacht;
f. HEMS-vluchten, of
g. vluchten over gebieden waar geen veilige noodlanding gemaakt kan worden.
3. De vergunninghouder die vanaf 1 juli 2001 verkeersvluchten met helikopters wenst uit te voeren anders dan bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk 1 april 2001 een aanvraag in voor wijziging van de vergunning.
4. Bij de aanvraag bedoeld in de voorgaande leden toont de aanvrager in afwijking op artikel 7, tweede lid, aan voor zover het betreft vluchten met vliegtuigen respectievelijk helikopters:
a. te zullen voldoen aan alle op hem toepasselijke voorschriften van JAR-OPS 1 respectievelijk JAR-OPS 3; en
b. de hem opgelegde verplichtingen bij of krachtens Hoofdstuk V van de Regeling Toezicht Luchtvaart te zullen nakomen voor zover hier niet in overeenstemming met het schema van de bijlage voorschriften van JAR-OPS 1 respectievelijk JAR-OPS 3 in de plaats zijn gekomen.
5. De wijziging van de vergunning laat de termijn van geldigheid, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 10, eerste lid, onverlet.